Huskvarna

#terugblik – 23 mei 2024

Het lukt om op tijd op pad te gaan!

Ik wil tijdig aankomen bij mijn hostel om te kunnen wassen, want dat is vooral de reden dat ik een kamer geboekt heb, maar ook omdat wildkamperen in de buurt van een grote stad lastig is. Win-win op deze manier. Vandaag kom ik aan in Jönköping, de hoofdstad van de provincie. De stad ligt aan de zuidpunt van het Vättermeer en is inmiddels vergroeid met de stad Huskvarna.

De Sofia-kerk is prachtig en de rest van de oude stad is ook zeker het bezoeken waard. Ik loop door en het enorme Vättermeer doemt voor me op. Het is het twee na grootste meer van Zweden. Wauw! Het is zomers weer en de nog witte Zweden bruinen zich op de strandjes. Over een dalend pad met prachtige uitzichten wandel ik naar Huskvarna. Iets na drie uur kom ik aan. De deur van het hostel gaat open met een code en volgens de instructies ligt er in het linnenhok een enveloppe voor me klaar met de sleutel voor rum 6.

First things first, wassen! Bij de wasmachine staan al twee backpackers. Iedere wasbeurt duurt 25 minuten, dus ik moet geduld hebben, maar dat maakt niet uit. Naast de wasmachines een aparte droogruimte waar de was opgehangen kan worden aan buizen met gaten. Hieruit komt warme lucht en binnen een paar uur is mijn was droog. Niet dat ik me daar zorgen over maakte, al mijn spullen zijn lichtgewicht en sneldrogend.

Ik doe vervolgens boodschappen, kook in een echte keuken, reorganiseer een beetje en maak al mijn spullen schoon. Bij het afrekenen in de supermarkt krijg ik de schrik van mijn leven. Ik dacht goedkoop uit te zijn, maar de prijs van de luxe aardappelsalade en nog een paar dingen blijkt per ons te zijn en niet voor het geheel. Ik vond het al zo goedkoop. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan, het leek ook te mooi om waar te zijn en dat was het dus ook. Na een lange douche, slaap ik heel vast in een echt bed. En toch, ik mis mijn tent…

Door het boerenland

#terugblik 22 mei 2024

In het bos, waar ik mijn tent in het bijna donker heb opgezet, word ik wakker van luid krakende takken. Loopt daar iemand? Ik gluur een beetje door mijn tent en ik zie geen mens, maar een hert! Ik observeer hem nog een tijdje en dan loopt hij het dichte bos weer in. Ik open mijn tent en lig met mijn camera in de aanslag, in de hoop dat hij nog een keer terugkomt zodat ik hem op beeld vast kan leggen. En ja hoor, daar is hij weer. Wel een stuk verder, maar bewijs geleverd!

Ik breek mijn record van laat op pad gaan. Pas om 13 uur ga ik aan de wandel. Het lopen gaat als een zonnetje. Soms heb je dat, dat je in een bepaalde cadans raakt en dat je benen als vanzelf gaan. Ik denk vergelijkbaar met de runner’s high van hardlopers. Werkelijk een weelde.

De route is erg leuk door glooiend boerenland met relatief veel huizen, afgewisseld door stukjes naald- of loofboombos. Ik geniet van de geur van de dennen, van de bloemen en van het briesje door mijn haren. Onderweg maak ik vrienden met een poes, die een stukje meeloopt en komt kroelen als ik even ga zitten. Het zijn deze kleine momenten die mijn reis zo groots maken.

In de verte zie ik een in blauw doek ingepakte kerk. De deur is open en ik geniet van de koelte binnen en de sobere kleurige inrichting. Hoewel ik niet religieus ben, vind ik het altijd fijn een kerk binnen te gaan. De stilte, de koelte en het serene spreken me aan. Vaak denk ik dan ook aan iemand die dat nodig heeft.

Slapen doe ik verscholen in een weide met hoog gras. Binnenkort zal hier wel gemaaid gaan worden. Ik heb vandaag nog niet warm gegeten en heb behoorlijke trek. Vis op het menu, vanmiddag gekocht vanuit de diepvries, zo blijft het lang goed onderweg. Ik smul en besluit voor morgen een hostel te boeken wanneer ik een aanbieding zie in Huskvarna (ja, van het merk Husqvarna). Hoewel ik regelmatig handwasjes doe, is het hoog tijd om eens goed te wassen, vooral mijn lakens ruiken na drie weken niet echt meer zo tof.

Veelvuldig bezoek

#terugblik 21 mei 2024

Ik lig nog lekker te liggen in mijn tent als ik stemmen hoor. Twee meisjes hebben een papier in hun hand en leggen dat op een paaltje met een soort nietmachine zonder nietjes, dat voor mijn tent staat. Ik had dat paaltje wel zien staan gisteren, maar ik wist niet wat het was. Het blijkt dus een apparaatje te zijn waarmee je gaatjes in een bepaald patroon kunt prikken in papier. Hilarisch, ik blijk precies op de route van een speurtocht te liggen en krijg de rest van de ochtend heel wat bezoek, zeker zo’n dertig kinderen, in kleine groepjes, om de tien á twintig minuten. Zelf haal ik ook een ‘gaatjesstempeltje’. Voor eeuwig een herinnering in mijn reisdagboek.

De leerlingen zijn bijna allemaal te verlegen om wat te zeggen en stuk voor stuk struikelen ze over mijn scheerlijn, totdat ik de haring uit de grond trek, want zo’n ruk aan mijn tent iedere keer is niet fijn. Ik hoor later van de docent dat ze 15 jaar zijn en vandaag allerlei buitenactiviteiten doen. Hij ruimt alle spullen van de speurtocht op en we hebben een leuk gesprek. Ik heb me wel vermaakt om al die verbaasde gezichten en om 12:00 uur heb ik eindelijk alles ingepakt en vervolg ik de route. Maar overwinning, dit kan ik nu loslaten, dat late opstarten. Het is wat het is!

De dag verloopt sowieso anders, ik voel drang om te schrijven en geef daar aan toe. Ik vind een mooie picknicktafel in de niet te hete zon en daar blijf ik de hele dag. Ik schrijf en ik kook weer een lekker maal. Ik geniet van waar ik behoefte aan schijn te hebben dit etmaal.

Uiteindelijk ga ik laat op pad om een slaapplek te zoeken en dat valt niet mee. Dat zul je altijd zien, had ik dan toch eerder moeten stoppen? Maar goed, de oplossing komt toch weer, ik vind een plekje in een stukje bos. Niet supermooi of zo, maar slapen gaat goed. Ik voel me eindelijk een stuk vrijer. Geen gepieker meer en dat is een groot goed. Het leven in het nu met wat er is en wat me ‘gevraagd’ wordt lijkt nu echt begonnen. Wat een vrijheid!

Zes hekken — een nachtmerrie

#terugblik 20 mei 2024

Om 8:00 uur begin ik al met inpakken, maar uiteindelijk ga ik toch pas om 10:00 uur op pad. Het is wel leuk om te observeren dat hier vroeg in de ochtend omwonenden komen om een frisse duik te nemen. Ik zit dus gewoon mensen te bekijken. Ook wel eens leuk. Ik hoor kinderen spelen bij het schooltje. Het valt me op dat er geen mooie en dure speeltoestellen staan, maar dat de jongetjes lopen te sjouwen met boomstammen en daar bouwwerken mee maken. Vanaf mijn tentplaats kan ik geen meisjes zien, dus ik weet niet wat die doen, maar het zou me niets verbazen als ze net zo hard mee zouden doen.

Ik ga even van de route af om boodschappen te doen en moet de snelweg over. Ik schrik van het lawaai. Het lijkt wel of alle geluiden nu al veel harder binnenkomen en dat na krap drie weken. Dat zal nog wat worden. Wat gebeurt er met je zintuigen als je een jaar in de natuur bent? Het antwoord kan ik vast geven aan het einde van dit jaar. Ik ben benieuwd.

Ik trakteer mezelf op een biertje en de warme lunch is heerlijk, maar het is een nogal winderig plekje aan een meertje en dan is koken op een spiritusbrander echt een uitdaging. De vlammen gaan alle kanten op en er gaat veel warmte verloren. Bovendien zit ik niet echt lekker, de zon verdwijnt snel achter de bomen en in de schaduw en in de wind wordt het snel fris. Vrij snel maar weer door dan.

Bewonderenswaardig vind ik de hekken die ik overal zie, er komt geen spijker aan te pas! Dan volgt de moeilijkste route tot nu toe. Een slecht onderhouden gedeelte van de route met hoog gras, heel veel hobbels en flink wat heuvels, allemaal over gras, maar het ergste komt nog.  Ik ben door dit moeilijke pad echt kapot, maar wat me echt uitput is dat ik zes (!) hekken tegenkom die geplaatst staan in een V-vorm.

De bedoeling is dat vee die draai door het hek niet kan maken, maar mijn Wheelie kan dat ook niet. Met een grote rugzak zou je er trouwens ook niet door kunnen, ook dan zou je hem iedere keer op en af moeten doen en dat is voor rugzakdragers echt een ‘pain in the ass’, op zijn goed Nederlands gezegd. Gelukkig lukt het me wel om de Wheelie plat onder het prikkeldraad door te krijgen, maar dat kan alleen maar omdat het draad niet al te strak gespannen staat en soms moet ik een stuk verder lopen om een goede plek te vinden en dat is niet over begaanbare paden. Een geluk bij een ongeluk dat het wél lukt de kar onder het prikkeldraad door te schuiven, want anders had ik alles nog uit- en in- moeten pakken ook. Ik moet er echt niet aan denken. Het vervelende is dat je van te voren niet weet hoeveel hekken er komen, dat staat niet op de kaart, anders had ik naar een alternatieve route kunnen zoeken.

Op mijn komoot-app zie ik een kampeerplekje aanbevolen door een andere wandelaar, dus daar maar naartoe. En inderdaad, het is klein, maar geweldig. Ik neem daar mijn tweede duik van dit jaar om al het zweet er weer af te wassen en fris mijn slaapzak in te kruipen, nadat ik nog een handwasje doe. Dit maakt alles weer meer dan goed.

Een zware route

#terugblik 19 mei 2024

Na lekker lang lummelen ga ik laat op pad, maar dat mag nu van mezelf. Ik lach erom. De route is heel zwaar vandaag. Wel héél mooi, maar het is een heel onregelmatig bospad met veel hobbels, kuilen en hoogteverschillen. Ik denk wel de zwaarste route tot nu toe, maar ik voel me fit en vrolijk en het gaat eigenlijk best goed.

Na de lastige bospaden, nog een andere beproeving, het te smalle Nydala-vlonderpad. Dit bestaat uit twee planken en die zijn net te smal voor mijn Wheelie. De enige optie is om een wheelie te maken met mijn Wheelie! D.w.z. met een wiel over de houten planken. Best lastig, maar het gaat gelukkig wel. Ik vermoed dat het wel spierpijn zal gaan geven, want het kost behoorlijk wat inspanning de kar in evenwicht te houden. Maar wat een prachtig pad, wat een bijzonder natuurgebied. Naast de planken is het sompig, het is een soort moeras, je kunt er ook echt niet lopen. De weidsheid is adembenemend mooi, al vind ik het op de foto’s niet echt tot zijn recht komen, maar geloof me maar. De stilte is ook oorverdovend, ik hoor geen enkele vogel.

Het is warm en zondagskind als ik ben, wanneer ik honger krijg, loop ik rond 16 uur ‘toevallig’ langs dé perfecte plek om mijn eten te maken. Er is water, er is schaduw, er is een bankje en er staat een kist waarop ik kan koken.

En het kan niet op, op tijd kom ik na nog een stukje gelopen te hebben aan op een prachtig strandje, waar ik mijn eerste duik neem. Het water is heerlijk, vooral aan de oppervlakte, dit voelt goed zeg! Het strandje ligt bij een school en niet ver van een dorp, dus helemaal alleen ben ik niet, maar dat deert niet, er is genoeg plek en een beetje verscholen zet ik mijn tent op, waar ik geniet van een magnifieke zonsondergang.

En los… vakantie!

#terugblik 18 mei 2024

Ik geniet van de ochtendzon en sta heel relaxed en rustig op. Ik besluit dat ik vandaag een soort rustdag in ga lassen om te schrijven, daar heb ik ineens behoefte aan. Ook moet ik nodig wassen, dus op zoek naar een mooi plekje waar dat allebei kan. Dat lukt echter niet, dit keer geen mooie plekjes bij een meer of ander water. Of er staan huizen óf het meer is niet toegankelijk. Dat gebeurt natuurlijk ook vaak, dat je niet gemakkelijk bij het water kunt komen door modder, riet of andere dichte vegetatie.

Het lopen valt niet mee vandaag, ik lijk wel lood in mijn benen te hebben. Ik loop dan ook niet veel kilometers (17 km) en zit veel. Ik rond wel de Nydalaleden af (een pelgrimsroute, die onderdeel is van de Saint Birgitta Ways) en kom aan bij het prachtige klooster van Nydala. Net als ik aankom beginnen de klokken te luiden, wat prachtig, wat een warm welkom!

En ineens vindt er een shift plaats in mijn hoofd. Wat nou vroeg opstaan? Wat nou veel kilometers maken? Hoezo dat er van alles moet? Ineens kan ik deze eerste maand zien als vakantie, als overstap naar de volgende etappe van mijn reis, wat dat ook moge wezen. Ik weet het, het klinkt stom, maar vaak werkt het hoofd zo, in ieder geval het mijne. Ik heb vakantie!

En zo ga ik een stuk lichter verder op pad totdat ik lekker op tijd mijn slaapplaats voor de nacht vind op een weer prachtige weide, een beetje verscholen achter wat bomen. Ik voel me heel senang.

Tent op de schietbaan

#terugblik 17 mei 2024

Ik sta op om te plassen en zie nu met licht waar ik gisteren in het donker mijn tent opgezet heb. Niet onder een toeristisch informatiebord, maar onder een bord van de schietbaan. Wat?? Op het bord wordt uitgelegd hoe je wild moet schieten, waar je een beer of een eland moet raken. Vlak om me heen staan allemaal waarschuwingsbordjes om uit te kijken voor evt. verdwaalde kogels. Niet de ideale kampeerplek dus… Maar goed, ik heb geen schot gehoord, dus geen man over boord, maar wel een les om ook in het donker bordjes goed te lezen en gelukkig gaat dat heel goed met de camerafunctie van Google Translate. Zonder koffie of ontbijt ga ik snel op pad, daar zoek ik later wel een plekje voor en inderdaad vind ik dat bij een prachtig meertje.

Omdat ik voorlopig geen supermarkt tegen zal komen, heb ik gisteren best veel boodschappen gedaan, ik merk het in mijn kar, maar leer ook steeds beter de banden waarmee de kar aan mijn heup hangt goed af te stellen zodat je precies het juiste kantelpunt bereikt zodat de kar zo licht mogelijk voelt. Iedere dag is dat net weer anders, net hoe zwaar de kar beladen is en hoe ik hem heb ingepakt.

Ik merk dat mijn hoofd vandaag een stuk rustiger is. Zal het grote loslaten nu echt begonnen zijn? Het weer is prachtig, maar er is wel een briesje, dat is best lastig bij het koken omdat de vlammen van mijn spiritusbrander dan alle kanten uitgaan, maar zondagskind als ik ben, vind ik als ik honger heb bij toeval een schuilhut, die nergens op een kaart staat. Daar kan ik uit de wind koken en maak ik mijn kar weer wat lichter. Van de kar naar de maag. Ik was mijn spullen af in een watervalletje en loop weer door.

Na nog meer boerenland, een trouwlocatie en bos zet ik mijn tent op in een stille weide. Het is langs een weggetje, maar behalve één auto en drie fietsers is er geen verkeer.

Het grote loslaten is begonnen!

#terugblik 16 mei 2024

In de ochtend bak ik eieren op ‘mijn strandje’. Ik heb stevige trek en dat houd ik de hele dag. Ik eet vaak. Een van mijn besluiten is geweest om te eten wanneer ik trek heb en niet op gezette tijden. De eerste twee weken heb ik veel minder gegeten dan normaal, gewoon omdat ik niet veel zin had. Het bevalt me prima en het lijkt me ook veel natuurlijker. Ook dit is weer een interessant experiment en ik denk ook dat het lichaam feilloos aangeeft wanneer er iets nodig is, als je er maar goed naar luistert.

Bijzonder is ook dat ik al een week een rol koek in mijn tas heb en dat die nog steeds niet op is. Ik heb gewoon geen behoefte meer aan suiker. Dat is pas echt een overwinning! En ook: ik doe een middagdutje. Volgens mij is het grote loslaten begonnen. Bij een meertje staan drie heerlijke strandstoelen en ik kan het gewoon niet weerstaan. Met een briesje is de zon niet te warm, deze siesta doet me goed. En ja, ik smeer me goed in.

Na het dutje hoop ik snel een slaapplek te vinden, maar ik ben in de buurt van Värnamo aangekomen en dat is voor Zweedse begrippen een grote stad. Ik had wel een schuilhut gezien op de kaart, maar die blijkt in een park te liggen, het lijkt me niet handig om daar te gaan slapen, als het al zou mogen, ik denk het niet. Bovendien voel ik me in de natuur veilig en in een stad veel minder of niet. Al die rare mensen. Ik had dus gehoopt iets vóór die stad te vinden, maar helaas. Ook heb ik gezien dat er voorlopig geen supermarkt meer komt, dus om 20:30 uur doe ik nog snel boodschappen om daarna als een gek op zoek te gaan naar een slaapplek.

De stad uitlopend zijn er verschillende meertjes en strandjes, maar overal is het verboden te kamperen. Dat is vaak zo in de buurt van steden of grotere dorpen, omdat het anders gewilde plekken worden voor feestende jongeren, maar dat wist ik toen nog niet. Het wordt al aardig donker en ik krijg de zenuwen. Uiteindelijk vind ik onder een toeristisch info-bord, tenminste dat denk ik, een plekje. Zo in het bijna donker lijkt het een parkeerterreintje met wat gras. Ik zet mijn tent helemaal aan de kant, mochten er auto’s komen morgen, dan sta ik in ieder geval niet in de weg. Net voor 23 uur staat mijn tent en na al dit gestress val ik gelukkig snel in slaap.

Ruzie bij het meer

#terugblik 15 mei 2024

Ik word vroeg wakker, maar wat lig ik heerlijk in mijn kasteel te snoozen. Het zonnetje op mijn tent, de temperatuur stijgt snel en mijn was al weer droog. Als ik opsta om te plassen, zie ik een hertje lopen.

Tegen de middag vertrek ik pas. Ik vraag me af waarom ik me nou zo druk maak over dat langzame opstarten van mij. Ineens is daar de shift! Ik heb blijkbaar gewoon geen 9 tot 5-mentaliteit, maar een van 12 tot 9! Uiteindelijk precies hetzelfde en wat maakt het hier uit, tot 23 uur is het toch niet donker. Ik lach om mezelf. Dombo. Op de een of andere manier helpt dit wel. Bij deze, een 12 tot 9-mentaliteit dus.

Lopend op een landweggetje zie ik in de verte een man tegemoet fietsen. Op zich is het al zeldzaam dat ik een fietser tegenkom, maar ik zie ook dat hij hele grote borsten heeft die gezellig op en neer wiebelen. Hij draagt alleen een korte broek met gympen en sokken. Hij remt vlak voor me en zegt: “Jou heb ik gisteren ook al gezien, heb je dat hele stuk gelopen?” Het is een aardige man, behoorlijk op leeftijd, maar zo te zien nog kwiek en nieuwsgierig. Hij vraagt me honderduit en vertelt waar ik vooral naar toe moet gaan. Dan gaat zijn telefoon en zegt hij “Oei, mijn vrouw, ik moet snel gaan, anders krijg ik problemen!” En weg is hij, ik grinnik en vervolg mijn weg.

Mijn gedachten blijven me plagen. Ik zit niet in het nu, maar in de toekomst. Hoe krijg ik straks nieuwe schoenen? Helaas bevallen mijn schoenen me niet, ze blijken toch wat te klein. Ik wil nl. perse barefoot schoenen en die zijn in bijna geen winkel te krijgen. Urgent is het niet, want ik heb extra schoenen, maar toch. En zal het wel te doen zijn met de kar in Noorwegen? Daar waar veel meer bergen zijn? Zal ik, om gewicht te besparen, mijn laptop opsturen en alleen een toetsenbordje aanschaffen? Ik vind het gek, want eigenlijk past dit niet meer zo bij me, in ieder geval niet de laatste jaren, maar ik blijf maar malen en piekeren. Aan de andere kant vind ik het interessant om dit te aanschouwen bij mezelf.

Bij een meertje zie ik een enorme picknicktafel, er liggen een fleece en een doosje op de tafel, maar ik ben van plan om maar kort te blijven en ik dacht ik kan er makkelijk bij. Er passen zeker 12 personen. Er komt een zwaarlijvige puffende man aanstormen die iets verderop stond met zijn hengel. Zijn buik hangt over zijn zwembroek en hij lijkt door zijn dunne beentjes te zakken. In het Zweeds begint hij te schreeuwen. Ik vertel hem dat ik hem niet versta, maar blijkbaar spreekt hij geen Engels en hij gaat maar door. Ik probeer te zeggen dat ik over tien minuutjes weg ben, maar dat deert hem niet. Ik vang iets op van “min fru” en ik begrijp dat die ook ergens moet zijn. Het is goed, ik ga wel weg. Ik krijg een associatie met van die toeristen die hun handdoeken neerleggen bij het zwembad ‘s ochtends vroeg om maar een plekje te bemachtigen. Ze mogen de tafel van me hebben. Lang blijf ik daar overigens niet, want ik heb nu kennis gemaakt met de Zweedse Tokkie’s. Ook in Zweden bestaan die dus. Even later wordt de schuddebuik nl. vergezeld door nog twee dames, waarvan er eentje echt op Ma Flodder lijkt, alleen de sigaar ontbreekt. Ze schreeuwen, ze bellen de hele tijd keihard en smijten hun papiertjes op de grond, iets wat ik hier nog niet eerder gezien heb. Ik zet snel koffie en eet een broodje en vervolg mijn weg de stilte in.

Dit voorval wordt snel weer goed gemaakt door een bezoek aan een prachtig heel oud kerkje, de Dörarp Kyrka, waarvan de deur dit keer eens niet op slot zit. De oudste muren komen nog uit de middeleeuwen. Het is heerlijk koel binnen en ik ga even in de kerkbanken zitten om uit te rusten en de serene omgeving in me op te nemen. Ik denk aan mijn kinderen, wat een mooie mensen het geworden zijn en hoe stevig ze in de wereld staan. Ik voel me blij en dankbaar.

Clifford Lee Burton, ik weet niet wie het is, maar er ligt een gedenkteken voor hem langs de weg. Ik lees dat hij een van wereld’s beste heavy metal bassisten was en onderdeel van de wereldberoemde band Metallica. In 1986 reden ze op deze weg na een concert op weg naar Kopenhagen, waar de bus verongelukte waarin ze zaten. Clifford werd uit de bus geslingerd en overleed. Fans van over de hele wereld schijnen hier nog naar toe te komen. Wel een indrukwekkend eerbetoon en gek zoiets op zo’n landweggetje tegen te komen in een omgeving waar niets lijkt te gebeuren.

Ik ga op zoek naar een slaapplek. Ik raadpleeg de Komoot-app en zie niet ver van de route af een strandje. Dat lijkt me wel wat, de weg ernaartoe is wat lastig en ik hoop maar dat ik niet om hoef te keren. En inderdaad, wat een weelde, wat een plek! Ik waan me Robinson Crusoe op zijn verlaten eiland, al ligt er in het begin nog even een bootje, maar dat vaart snel weg met het gezinnetje aan boord. Ik ga met mijn voeten in het water, maar zwemmen vind ik nog te koud. Ik ben nu weer helemaal alleen en mensen, wat een rijkdom. Een prachtig strand, mijn tentje op het mos, alleen maar natuurgeluiden en een prachtige zonsondergang. Meer woorden overbodig.

Schuldgevoel

#terugblik 14 mei 2024

Het lukt me zowaar vroeg op te staan en ik ga monter op pad. Ik kom een mooi kerkje tegen met weer een aparte klokkentoren, die zie je hier regelmatig. Ik vul mijn water bij (op kerkhoven is altijd water) en loop door. Snel heb ik weer honger en rond 12:30 uur bak ik eieren met spek voor de lunch. Met de prachtige multitool met mijn naam gegraveerd, die ik gekregen heb van mijn fantastische collega’s toen ik afscheid nam, repareer ik mijn wandelstok. Dank team, dit gereedschap komt goed van pas!

Ik geniet weer op en top. Ik blijf daar uren zitten en weer voel ik me een soort van schuldig. Waar slaat dit nou toch op? Ik hoef toch niets? En toch, dat stemmetje blijft zeuren, dat ik niet zoveel kilometers maak, dat ik lui ben, bla bla. Wat zijn dit soort dingen toch hardnekkig en dat terwijl de route prachtig is vandaag, geen snelweg meer, alleen maar glooiend boerenland en bos.

Ik hou me in bij het boodschappen doen bij Willy;s om niet weer een te zware kar mee te hoeven zeulen. Als ik in het stadje Ljunby loop word ik tegengehouden door een echtpaar met hun zoontje. De Zweedse dame is helemaal enthousiast “In het weekend zagen we je ook al lopen, zo’n kar hebben we nog nooit gezien!”. Ze stelt zich voor, wil van alles weten en wil heel graag met me op de foto, ik vind het wel grappig en we poseren voor haar man die een paar foto’s maakt.

Ik stap nog flink door en vind weer werkelijk een prachtige plek met picknicktafel en steiger. Ik was mijn spullen, kook weer lekker en slaap weer heerlijk. Lijkt eentonig te gaan worden, zo veel geluk, maar ik kan er wel aan wennen.