Hutje mutje op de camping in Wassenaar en hoe mijn tent weer mijn thuis werd

Na de moeizame tocht door het mulle zand zet ik mijn tent op Camping Duinhorst in Wassenaar. Alles klopt hier: keurige velden, brandschone sanitairgebouwen, vriendelijke mensen bij de receptie. Echt, daar ligt het niet aan. Maar dit… dit is gewoon niet mijn manier van zijn.

Ik merk het meteen. Mijn lijf ontspant niet. Het zoekt ruimte, stilte, het geritsel van blaadjes, het fluiten van vogels. Wildkamperen zit inmiddels in mijn systeem. En als dat niet kan, zoek ik natuurkampeerterreinen op, plekken die dat gevoel benaderen. Hier is dat onmogelijk.

Caravans en campers staan hutje mutje op elkaar, privacy is er nauwelijks. Het voelt als een bijenkorf, zelfs nu in het voorjaar. Ik moet er niet aan denken hoe dit in de zomer is, een kermis van drukte en geluid. En dan de weg ernaast, de N14, constant aanwezig op de achtergrond.

Alsof dat nog niet genoeg is, zet ik mijn tent ook nog eens pal naast een lantaarnpaaltje. Op natuurkampeerterreinen bestaat zoiets niet eens, dus ik had er simpelweg niet aan gedacht. Gelukkig vind ik mijn slaapmasker terug in mijn slaapzak.

Na een simpel eenpansdiner en een warme douche kruip ik vroeg mijn tent in. Mijn benen zijn zwaar en mijn rug protesteert na een winter waarin ik nauwelijks heb gelopen. Ik val snel in slaap.

En dan, ergens tussen nacht en ochtend, gebeurt het. Het is er weer. Dat gevoel. Mijn tent is geen tent meer, maar mijn thuis. Ik slaap tot half negen, iets wat thuis ondenkbaar is.

Als ik mijn slaapmasker omhoog doe, zie ik tot mijn verbazing dat de zon schijnt.

Liggend in mijn slaapzak zet ik koffie. Geen haast, geen plan. Alleen dat moment. De stilte in mijn hoofd. De zon op mijn gezicht. De vogels die fluiten. De wind staat zo dat de weg niet te horen is. Opeens klopt het weer. Hier, zo, op mijn manier, dít is waarom ik loop. Ik blijf nog uren liggen. Omdat het kan.

Later loop ik via de duinen en het strand richting Scheveningen. Windkracht 5 tegen, maar het voelt goed: de wind in mijn haar, het zand onder mijn voeten, het brede strand voor me. In de verte zie ik de pier al, met het reuzenrad dat dichterbij komt en bij The Fat Mermaid wacht ik op mijn vriend, een ontmoeting waar ik enorm naar uitkijk.

Diesel op de snelweg: koffievlekken en de oversteek naar Bulgarije

#terugblik: 22 september 2025

Na twee nachten fantastische nachtrust in mijn groene kamer in Dimitrovgrad ga ik weer monter op pad. Tenminste… dat denk ik. Mijn lichaam wil gewoon niet en de heuvels lijken de Mont Blanc wel. Wonderlijk hoe het lichaam werkt soms. Gelukkig gaat het na een paar uur over en loop ik weer heerlijk en hoe meer kilometers ik maak, hoe lekkerder het gaat. Ik ben ook echt een diesel, ik moet altijd eerst op gang komen, want uiteindelijk loop ik toch nog ruim 31 km.

Vrij spoedig ben ik al bij de Servisch/Bulgaarse grens. Er is geen speciale grensovergang voor voetgangers, dus je moet over de snelweg lopen langs de loketten waar ook de auto’s stoppen. Voordat ik de grens overga naar Bulgarije, neem ik nog snel een koffie, die ik net zo snel over me heen gooi. Naast dat het heet is, baal ik, want ik had net alles gewassen en ik wil de volgende dagen kamperen. Zo goed en zo kwaad als het gaat spoel ik de koffie uit mijn broek bij de toiletten.

Na de grens gaat de weg omhoog en omhoog en ja, nog steiler omhoog en voor het eerst in 18 dagen kom ik iemand tegen! Twee fietsers die onderweg zijn naar Sofia. We praten even en zij gaan door met de fiets aan de hand en ik met mijn kar. Het pad is te steil om te fietsen. Ik ga ze met rasse schreden voorbij. Dan zie je wel wie de ervaren hiker is. Pas uren later halen ze me weer in.

Het landschap is groen en afwisselend en ik geniet van de uitzichten. Het is weer een hete dag, maar het windje is ietwat koel en er is ook regelmatig schaduw, dus het is te doen. Als ik in het dorpje Dragoman aankom ben ik lichtelijk verbaasd. Het ziet er hier netjes uit, rechte stoepen en veel minder vervallen huizen en troep op straat.

Hierna verandert het landschap van groen naar bruin. Ik loop door de glooiende velden, waar niet lang geleden zonnebloemen, koren en mais stond en waar het gras nog groen was. Toch is het prachtig, het geeft mooi het einde van de zomer aan en de voorbereiding voor de herfst en winter.

Makkelijk is het niet, maar uiteindelijk vind ik een vlak plekje om te kamperen. De haringen zijn moeilijk de grond in te krijgen, maar met een steen gaat dat stukje bij beetje, mijn tent staat als een huis.

Vijf A4’tjes en mul zand: mijn nieuwe leven begint

Afkicken van het kantoorbestaan

Twee weken zijn verstreken sinds mijn afscheid op het werk. Vreemde weken. Eerst de allesoverheersende moeheid, alsof mijn lichaam eindelijk durfde los te laten. Daarna het afkicken van het kantoorbestaan, en eerlijk is eerlijk, dat proces is nog in volle gang. Tegelijkertijd begint het besef langzaam te landen: dit is geen idee meer, geen plan voor “ooit”. Binnenkort stap ik écht mijn nieuwe leven in. Als wandelaar. Als schrijver. Als nomade.

Opvallend genoeg stond ik twee dagen na mijn afscheid alweer op mijn oude werkplek. Niet achter mijn bureau, maar midden in een feest, fout gekleed volgens de dresscode, voor de pensionering van een collega. Ik had meegeholpen met de organisatie, dus helemaal loslaten zat er nog even niet in. En dat was eigenlijk wel fijn. Het verzachtte het afscheid. Het werk zal ik niet missen, maar de mensen… dat is een ander verhaal. Meer dan tien jaar deelden we lief en leed. Geboortes, verliezen, ziekte, geluk. Het leven, in al zijn facetten, samengeperst in één team. Dat laat je niet zomaar achter.

Thuis hangt mijn to-do lijst pontificaal aan de muur. Vijf A4’tjes vol. Geen app, geen overzichtelijke vinkjes, gewoon papier, recht in mijn gezicht. Van abonnementen regelen tot mijn website afronden in drie talen, van uitrusting uitzoeken tot mijn appartement leegruimen. Het voelt soms alsof ik mijn oude leven stukje bij beetje afbreek, om ruimte te maken voor iets nieuws.

Afgelopen weekend zocht ik even lucht. Naar Scheveningen, om bij te praten met mijn oudste vriend, bijna 45 jaar vriendschap. Ongelooflijk eigenlijk. We worden ouder, maar sommige banden slijten niet. Ik maakte er een klein avontuur van: via Katwijk richting camping Duinhorst in Wassenaar, over het Nederlands Kustpad.

En daar ging ik. Door mul zand. Als een trekezel. Wheelie achter me aan slepend. Iedere stap een kleine strijd. En ergens halverwege sloeg de twijfel toe. Moet ik dit straks fulltime gaan doen?

Natuurlijk is dat onzin. Conditie komt terug, maar mijn winterse, comfortabele leventje liet zich voelen. Twijfel of niet: dit is wat ik gekozen heb.

En dit is nog maar het begin.

Een cadeautje in Dimitrovgrad: rust in een koele cocon

#terugblik 21 september 2026

In het pikkedonker kwam ik gisteren aan bij de kamerverhuurder. Even dacht ik dat ik de mannelijke vorm van hospita Sanja aantrof, maar gelukkig was dat niet het geval, we konden in het Duits communiceren en er kon zelfs een lachje vanaf.

Het lijkt alsof ik in de vorige eeuw terecht gekomen ben, alles is heel oud en gedateerd, maar het heeft zijn charme. Dat de douche niet veel meer geeft dan een paar straaltjes en dat de temperatuur slecht te regelen is neem ik op de koop toe, het bed is werkelijk uitstekend. De kamer heeft geen airco, maar is heerlijk koel. De muren zijn bijna een meter dik en mijn slaapvertrek heeft slechts twee kleine raampjes, alleen bedoeld om licht binnen te laten, naar buiten kijken kan niet, het voelt als een fijne cocon.

Na drie wandeldagen van gemiddeld 30 km in de bloedhitte en gelokt door het perfecte matras besluit ik als ik wakker word me weer om te draaien en hier te blijven. Ik geef mezelf een rustdag cadeau. Tot half twaalf blijf ik in bed. Ik zet koffie, app en lees wat en dommel af en toe in slaap. Wat een weelde!

Als ik naar buiten ga, loop ik tegen een muur van hitte, wat een verschil met de koele kamer. Het is een wolkeloze dag en om half een is het al snikheet. Morgen maar heel vroeg op pad om dit voor te zijn. Een restaurant vinden is nog een hele klus. Ik loop een tijdje rond, maar vind er geen. Wel volop winkeltjes en fastfood tentjes, maar ik wil vandaag echt goed eten en er lekker voor gaan zitten.

Op de kaart zie ik dat er in Dimitrovgrad maar één restaurant is, maar één is genoeg. Ze hebben alleen een menukaart in het Servisch en daar is geen touw aan vast te knopen. Met Google Translate wordt het me iets duidelijker, maar de vertaling is bar en boos. Niet getreurd, ik eet voortreffelijk: een grote salade, een vleesschotel en koffie en taart toe. Omgekeerd naar euro’s kost dit alles €11,20 Dat kan Bruintje wel trekken!

Met mijn buikje rond maak ik nog een korte wandeling en doe ik inkopen bij de supermarkt voor de dag van morgen. Ik slaap een korte siësta, was nog wat kleding en rommel heerlijk wat aan in mijn koele groene kamer. Dit was me het cadeautje wel!

Het geluk van een vergeten Snicker en de vloek van de kortere weg

#terugblik 20 september 2025

Om 8 uur vertrek ik bij Sanja, die me niet eens uit komt zwaaien. Haar gordijnen zitten nog potdicht, maar het stadje Pirot leeft al volop. Het is een drukte van jewelste en de winkeltjes doen goede zaken op zaterdagochtend.

De route start langs de Nisava rivier en het wordt steeds stiller. In het begin kom ik nog hardlopers tegen, maar na een tijdje is er, op een schaaphoeder na, niemand meer te zien. Na ruim een uur zie ik een tafel onder een boom aan de oever, waar ik mijn tweede ontbijt neem. Trek heb ik alweer, dat heb ik vaak als ik de dag daarvoor veel gelopen heb en het is belangrijk om aan dat hongergevoel toe te geven. Het verse brood met de typische smeersels uit de Balkan (soort paté) smaakt heerlijk. Ondertussen schrijf ik mijn stukje.

Vandaag moet ik véél klimmen. Herhaaldelijk moet ik gutsend van het zweet even stoppen en vervloek ik wat ik aan het doen ben in deze hitte en vraag ik me af waarom ik dit mezelf aandoe. Ik heb me een pauze beloofd als ik op het hoogste punt aankom. Het uitzicht is niet zo mooi als gehoopt, maar wel staat er een boom. De enige in de wijde omgeving. In de schaduw ga ik blij en veel te lang zitten.

In mijn tas kom ik een vergeten Snicker tegen, die had ik een paar dagen geleden gekocht, maar ik had daar nooit meer aan gedacht. Ik slaak een euforische kreet, die echoot door het gebergte, dit is puur geluk!

Om goed gehydrateerd te blijven snoep ik om de haverklap van mijn inmiddels gekookte druiven, maar hoewel ze warm zijn, geven ze nog wel suiker en vocht. Daarnaast maak ik met poeder van Decathlon van mijn water een isotone sportdrank, echt ideaal bij deze hitte. Ik voel me in ieder geval nooit slap of rillerig.

Dan maak ik een enorme vergissing. Ik zie op mijn kaart een wat kortere route en besluit die te nemen. De klim is verschrikkelijk steil en ik begeef het bijna. Boven aangekomen en halfdood stuit ik vervolgens op een ondoorgaanbaar overgroeid pad. Ik moet weer helemaal terug… ik kan wel janken!

Inmiddels wordt het donker en mijn geboekte kamer kan niet meer geannuleerd worden. Ik besluit daarom om toch maar door te lopen i.p.v. te kamperen. Dat het zo donker zou worden had ik alleen nooit verwacht, ik kan echt geen hand voor ogen zien, maar met mijn hoofdlamp kom ik veilig en wel aan in het vlakbij de Bulgaarse grens gelegen Dimitrovgrad.

“Bravo!” op de route en een “onenightstand” bij Sanja

#terugblik 19 september 2025

Na een ongelooflijke heerlijke nacht slaap in mijn tent – ik sliep al voor 21:00 uur – ga ik om 6:15 uur op pad. Het wordt weer een warme dag en zo kan ik al een eind lopen voordat de koperen ploert me bijna levend verbrandt.

Om 9:00 uur kom ik aan in Bela Palanka, waar ik aan een picknicktafel mijn ontbijt eet, eerder had ik nog geen trek. Lang houd ik het niet vol, want het is nog hartstikke koud, nog geen 10° en dat terwijl het kwik later zal stijgen naar 32°.

In eerste instantie schrik ik wat van dit stadje, het ziet er vervallen en troosteloos uit, maar hoe verder ik loop, hoe leuker het wordt en eigenlijk staat de sfeer me enorm aan. Op de markt is het gemoedelijk en op straat praten mensen geanimeerd met elkaar.

Om een beetje op te warmen drink ik koffie in een van de vele ‘kafeterije’ en ook daar is het zo vroeg in de ochtend al bedrijvig gezellig. Wel veel rook, want roken mag je hier nog binnen.

Vandaag wil ik proberen aan te komen in Pirot, best ver nog, maar ik heb gezien dat ik over veel asfalt moet, dat gaat snel. De zon brandt intens en er is nauwelijks schaduw, maar het lijkt alsof ik eraan begin te wennen. Veel drinken en gewoon gáán.

De route is mooi en, wat anders is dan anders, als ik door een gehuchtje loop, dat mensen me tot drie keer aan toe “bravo” toeroepen, dat terwijl ik inmiddels gewend ben dat niemand ooit groet of iets zegt.

Het lukt! Met 37,6 km op de teller, ga ik in Pirot op zoek naar Pension Sanja. Het is ergens achteraf en lastig te vinden en wat ben ik blij wanneer ik met hulp van wat aardige buren eindelijk op mijn bestemming aankom.

Maar dan… Sanja is zo’n hospita waar je voor vreest. Ze spreekt alleen Servisch en behandelt me als een geestelijk gestoorde. Ik moet mijn identiteitskaart laten zien. Ik geef haar mijn paspoort, maar dat geldt niet zegt ze. Ze belt iemand en gaat uiteindelijk akkoord.

“Je fiets mag niet naar boven” snauwt ze. Dat het een wandelkar is, daar heeft ze geen boodschap aan. Oké, ik laat Wheelie wel beneden onderaan de trap staan en haal de spullen eruit die ik nodig heb voor de nacht. Met Sanja wil ik geen ruzie. Google Translate vertaalt dan haar vraag: “Onenightstand?”

“Ja” zeg ik “Onenightstand alstublieft!”

Vlijmscherpe doornen en de Oriënt Express: vechten tegen de Servische jungle

#terugblik 18 september 2025

Mijn kampeerplek bleek achteraf toch niet vlak en ik slaap allerbelabberdst. Heel vroeg op dan maar, dit heeft toch geen zin. Snel geniet ik van de route, want die is echt wonderschoon, maar tegelijkertijd maak ik me ernstige zorgen. Sommige stukken zijn overgroeid met takken en haast onbegaanbaar. Het pad is zelfs af en toe niet meer te zien, maar met de op mijn Komoot-app gedownloade GPS-bestanden blijf ik gelukkig op het juiste pad. Ik duim dat ik niet om hoef te keren omdat ik op een gegeven moment niet verder zou kunnen. Op de eerste dag van de Sultans Trail is me dat nl. al eens gebeurd en hier is er geen alternatieve route.

Als ik me weer door een stuk Servische jungle ploeg, haal ik me open aan een struik met enorme lange en vlijmscherpe doornen, het bloed gutst uit mijn arm en… ‘note to self’ …: stop je EHBO-spulletjes op een makkelijk toegankelijke plek! Meestal doe ik dat ook wel, maar net nu ik het nodig heb dus niet. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.

Door de moeilijke paden schiet het niet echt op, maar ik heb nog genoeg proviand en water, dus echt problematisch zal het niet worden. Als ik door een klein gehuchtje loop en wat brood smeer op een bankje, word ik aangesproken door een Franse vrouw die redelijk goed Engels spreekt. Ze vraagt me of ik water nodig heb en wijst me op een kerkje, 100 m van de route, zeer het bezoeken waard. De trots klinkt in haar stem. Inderdaad, het orthodoxe kerkje is prachtig en je zou dat nooit verwachten op zo’n afgelegen plek. Ook zou nóg 300 m verder een mooi uitzichtpunt zijn, waar ooit filmopnamen gemaakt zijn voor de Oriënt Express, maar dat heb ik nooit gevonden.

Omdat het met geen mogelijkheid gaat lukken om nog bij een hostel te komen vandaag, zit er niets anders op dan te kamperen, wat ik uiteraard heerlijk vind en geen probleem, maar een vlak stuk is ook hier een grote uitzondering. Dat wordt dus weer spannend. Gelukkig ben ik nu wel terecht gekomen in agrarisch gebied met gras- en akkerlanden, dus betere ondergronden, maar zelfs daar is bijna niets recht. Het is om hopeloos van te worden.

Bijna donker, maar net op tijd, vind ik dan toch nog een plekje. Ik maak een soepje en een salade van komkommer, tomaat en tonijn. Honger maakt rauwe bonen zoet, maar zo’n route als vandaag maakt van alles een Michelinwaardig diner. Bovendien slaap ik vervolgens heerlijk, zonder rollen!

Tussen rouw en een ruige kloof: emoties en een 5-sterrendiner in de natuur

#terugblik 17 september 2026

Na een goede nacht in bed nummer 1, sta ik tijdig op en ga ik fris op pad. Bij het kerkhof net buiten het dorp, ben ik getuige van een hartverscheurend tafereel. Een echtpaar is bezig bij een vers graf en hangt een voetbalshirt, ingelijst achter glas, aan de grafsteen. Op de tombe een foto van hun tienerzoon. De vrouw moet ondersteund worden door haar man. Ik krijg een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen en denk aan mijn twee zo ontzettend dierbare vrienden die in nog geen vijf maanden tijd allebei onverwacht zijn overleden. RIP M. (59) en RIP P. (60)

Vandaag is de route, door en langs de Sićevokloof, werkelijk prachtig. Het is een pittige route, maar het genieten wint het met vlag en wimpel. De Sultans Trail wordt flink gepromoot in Nederland en is nog een onbekende en nieuwe route en dat merk je helaas wel. Sommige stukken zijn moeilijk begaanbaar en ik vraag me af hoe vaak er hier überhaupt wel iemand loopt. Van een lokale bewoner hoorde ik dat Serviërs niet veel hebben met wandelen. Ik maak me een beetje zorgen, ik hoop niet dat ik weer vast kom te zitten en helemaal terug zal moet lopen.

Soms kom ik door kleine gehuchtjes en op de gekste plekken vind je dan ineens iets dat doorgaat als een winkeltje. Ik ben dan ook als een kind zo blij als ik een prima banaan scoor, de andere twee waren bruin. Fruit doet me altijd goed.

Mijn idee was om in het dorpje Sićevo te gaan eten in het enige restaurant dat op de kaart stond, maar dat is inmiddels gesloten. Bij de supermarkt koop ik daarom eieren, tomaten, komkommer en meer en aan een picknicktafel met uitzicht op de kloof maak ik mijn maal klaar. Ik maak er gewoon mijn eigen 5-sterren restaurant van!

Vandaag wil ik kamperen, een goed streven, maar moeilijk uitvoerbaar helaas. Dat heb ik behoorlijk onderschat. Er is werkelijk nergens een vlak stuk te vinden en dat terwijl ik ruim op tijd ben begonnen met zoeken. Het wordt later en later en het begint al te schemeren. Uiteindelijk denk ik een mooi plekje gevonden te hebben. Voordat ik mijn tent opzet, ga ik eerst even proefliggen en het lijkt goed. Tijd voor een verdiende nachtrust!

Met bonzend hart en 952 schedels: de vele gezichten van Niš

#terugblik 16 september 2026

“Ben je nooit bang?” vraagt een volger me. Een vraag die me vaak gesteld wordt. Ja, ik ben wel eens bang, maar niet vaak en het hoort er een beetje bij. Als ik alleen in de natuur ben, ben ik trouwens zelden bang, onder de mensen af en toe wel. Mensen zijn nou eenmaal gevaarlijker dan dieren.

Om 2:00 uur schrik ik wakker. Niet ver van mijn tent hoor ik gepraat. Het moeten minstens vier of vijf personen zijn. Ik sta aan de rand van de stad op een picknickplek waar je mag overnachten en ja, iedereen mag en kan hier komen, maar wat doen ze hier om deze tijd op een doordeweekse dag?

Mijn hart bonst in mijn keel, ik probeer in te schatten of ik in gevaar ben. Maar wat kan ik doen? Ze zijn gaan zitten aan één van de tafels en praten en lachen. Het klinkt gemoedelijk. Ik hoor ze blikjes openen, maar dronken lijken ze niet. Drie kwartier lang (dat is lang!), lig ik met een bonzend hart en met open ogen te duimen dat ze geen kwaad in de zin hebben en ik vraag me telkens af: Waarom ben ik niet naar de officiële camping gelopen? Waarom was ik te lui om dat uurtje te wandelen? Uiteindelijk stapt het gezelschap op en gaan ze weg, het is goed volk…

Na deze gebroken nacht vertrek ik naar het busstation, tenminste dat is de bedoeling. Deze blijkt echter half in puin te liggen. Ik probeer erachter te komen waar ik dan moet zijn. Dat gaat moeizaam, niemand spreekt Engels en eigenlijk weten ze het antwoord ook niet. Tot ik een aantal mensen met koffers zie staan op een rotonde bij een enorm groot en protserig standbeeld (monument van Knez Lazar). Het blijkt de geïmproviseerde bushalte te zijn. Er staat nergens een bord, je moet het maar weten.

Met de bus rijd ik naar Niš, de tweede stad van Servië en met een rijke historie. De reis duurt ruim een uur en ik ben blij dat ik koel zit, inmiddels is het al flink warm geworden. Onderweg stopt de bus twee keer en dan is het ineens een gedrang van jewelste naar buiten toe. Ik snap het niet, want de bus stopt amper 5 minuten, maar de nicotinebehoefte van de rokers blijkt zo groot te zijn, dat een paar haaltjes toch verlichting schijnen te geven. In dit land wordt namelijk nog volop gerookt.

De aankomst in Niš is verrassend. De stad ademt een totaal andere sfeer uit. Het grote busstation, deze in perfecte staat, ligt vlak naast de overdekte markt, en hoe leuk om daar even overheen te lopen langs de groentes, de specerijen en de eieren. Ook weer snel eruit, het is lastig manoeuvreren met mijn kar met zoveel mensen.

De stad Niš heeft een rijke historie en is gelegen aan de rivier de Nisava. Een oud fort, fonteinen en statige standbeelden mogen natuurlijk niet ontbreken. Op een terrasje trakteer ik mezelf op taart van een gekroonde banketbakker en inderdaad, dat is niet voor niets, het is orgastisch lekker.

De kathedraal van Niš is indrukwekkend. Waar je ook kijkt zijn schilderingen; op de muren, op het plafond, in de raamkozijnen, overal. De kleuren zijn sprekend en het zijn verhalende taferelen. Ook hier ben ik weer de enige toerist. De kerk wordt vooral bezocht door gelovigen van de stad zelf en dat zijn er veel, te zien aan de kaarsjes die branden.

Ondanks de hitte besluit ik toch maar door te lopen op de Sultans Trail naar het volgende plaatsje, het is ‘maar’ 13 km en er zijn geen hoogteverschillen. Het begin van de route is mooi, kilometers lang langs de rivier. Ik zou graag een duik nemen, maar de stroming is sterk, dat is te gevaarlijk. Wel maak ik mijn pet af en toe nat, dat houdt mijn hoofd koel. Toch krijg ik wel een beetje spijt, het is vreselijk warm en nadat de weg van de rivier afgeleid wordt is de etappe lelijk en gaat deze door drukke en vieze buitensteden van Niš. Ik doe er veel langer over dan van tevoren gedacht en het is flink afzien bij deze hitte van ver over de 30 graden. Schaduw is er amper.

Op mijn route nog wel de eigenaardige Schedeltoren, een toren volledig ontworpen uit menselijke schedels, opgericht tijdens de Eerste Servische Opstand in 1809 als waarschuwing voor iedereen die in opstand zou komen tegen de Ottomanen. Vandaag de dag zijn er nog 59 van de oorspronkelijke 952 schedels over, die aan alle vier de zijden in 14 rijen waren ingemetseld, een bizar bouwsel.

Mijn geboekte studio (á €19/nacht), blijkt vier bedden te hebben, wat me keuzestress oplevert, want welk bed zal ik nemen? De douche hoef ik niet te kiezen, daar is er één van en die is voortreffelijk en meer dan welkom na zo’n warme dag met hoogte- en dieptepunten. Het hoort er allemaal bij. Wat een memorabele ervaringen weer op deze Sultans Trail.

Geen 18 meer: de kunst van het nixen en goed luisteren naar mijn lichaam

#terugblik 15 september 2025

Oké, ik moet helaas toegeven dat ik geen 18 meer ben. Ik heb teveel gevraagd van mijn lichaam. De hoge temperaturen en de lange afstanden hebben zijn tol geëist. Ik heb alleen maar zin om te slapen en ben doodmoe. Verandering van plannen dan maar. Niets moet natuurlijk en deze trail kan ik toch niet helemaal voltooien en uiteindelijk heb ik vakantie.

Op de kaart zie ik dat er op 5 km afstand een camping is aan de oever van de Grote Morava rivier. Ik denk dat ik daar maar een nachtje ga staan en dat ik vandaag niet ga wandelen. Ik sleep me uit bed, zet nog even koffie, eet mijn yoghurt en loop naar buiten. Het is nog heerlijk koel, het heeft vannacht flink geregend en het is wat mistig. Snel klaart het echter op en breekt de zon weer door. Ook vandaag wordt het tegen de 30° en morgen wordt het zelfs weer warmer.

Mijn plan is om hier in de stad uitgebreid te lunchen, dan boodschappen te doen en dan naar de camping te lopen, maar dan zie ik dat er ook in de stad iets is dat aangeduid wordt als camping. Net als bij het klooster is het een picknickplek waar je mag overnachten. Je hebt er geen voorzieningen, zoals een toilet, maar ik zie wel een buitendouche. Bingo! Dat ga ik doen, dat scheelt me zelfs dat uur lopen. Totale relax dus vandaag.

En zo geschiedde… ik ga lang zitten in de schaduw aan een picknicktafel in het park en schrijf wat. Daarna loop ik naar een restaurantje waar ik een Servische burger – wat hebben ze hier goed vlees – met een salade nuttig. Ook daar zit ik weer lang. Dan slenter ik door naar een volgend terras voor koffie. Ik kijk naar mensen en naar duiven, ik vermaak me met niks. Wat een genot.

Tegen het donker slenter ik naar de kampeerplek bij de rivier. Ik maak nog een soepje en na nog wat bladzijden gelezen te hebben, val ik in een diepe slaap in mijn tentje in het stadspark van Cuprija gelegen aan die prachtige rivier.