Vlijmscherpe doornen en de Oriënt Express: vechten tegen de Servische jungle

#terugblik 18 september 2025

Mijn kampeerplek bleek achteraf toch niet vlak en ik slaap allerbelabberdst. Heel vroeg op dan maar, dit heeft toch geen zin. Snel geniet ik van de route, want die is echt wonderschoon, maar tegelijkertijd maak ik me ernstige zorgen. Sommige stukken zijn overgroeid met takken en haast onbegaanbaar. Het pad is zelfs af en toe niet meer te zien, maar met de op mijn Komoot-app gedownloade GPS-bestanden blijf ik gelukkig op het juiste pad. Ik duim dat ik niet om hoef te keren omdat ik op een gegeven moment niet verder zou kunnen. Op de eerste dag van de Sultans Trail is me dat nl. al eens gebeurd en hier is er geen alternatieve route.

Als ik me weer door een stuk Servische jungle ploeg, haal ik me open aan een struik met enorme lange en vlijmscherpe doornen, het bloed gutst uit mijn arm en… ‘note to self’ …: stop je EHBO-spulletjes op een makkelijk toegankelijke plek! Meestal doe ik dat ook wel, maar net nu ik het nodig heb dus niet. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.

Door de moeilijke paden schiet het niet echt op, maar ik heb nog genoeg proviand en water, dus echt problematisch zal het niet worden. Als ik door een klein gehuchtje loop en wat brood smeer op een bankje, word ik aangesproken door een Franse vrouw die redelijk goed Engels spreekt. Ze vraagt me of ik water nodig heb en wijst me op een kerkje, 100 m van de route, zeer het bezoeken waard. De trots klinkt in haar stem. Inderdaad, het orthodoxe kerkje is prachtig en je zou dat nooit verwachten op zo’n afgelegen plek. Ook zou nóg 300 m verder een mooi uitzichtpunt zijn, waar ooit filmopnamen gemaakt zijn voor de Oriënt Express, maar dat heb ik nooit gevonden.

Omdat het met geen mogelijkheid gaat lukken om nog bij een hostel te komen vandaag, zit er niets anders op dan te kamperen, wat ik uiteraard heerlijk vind en geen probleem, maar een vlak stuk is ook hier een grote uitzondering. Dat wordt dus weer spannend. Gelukkig ben ik nu wel terecht gekomen in agrarisch gebied met gras- en akkerlanden, dus betere ondergronden, maar zelfs daar is bijna niets recht. Het is om hopeloos van te worden.

Bijna donker, maar net op tijd, vind ik dan toch nog een plekje. Ik maak een soepje en een salade van komkommer, tomaat en tonijn. Honger maakt rauwe bonen zoet, maar zo’n route als vandaag maakt van alles een Michelinwaardig diner. Bovendien slaap ik vervolgens heerlijk, zonder rollen!

Tussen rouw en een ruige kloof: emoties en een 5-sterrendiner in de natuur

#terugblik 17 september 2026

Na een goede nacht in bed nummer 1, sta ik tijdig op en ga ik fris op pad. Bij het kerkhof net buiten het dorp, ben ik getuige van een hartverscheurend tafereel. Een echtpaar is bezig bij een vers graf en hangt een voetbalshirt, ingelijst achter glas, aan de grafsteen. Op de tombe een foto van hun tienerzoon. De vrouw moet ondersteund worden door haar man. Ik krijg een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen en denk aan mijn twee zo ontzettend dierbare vrienden die in nog geen vijf maanden tijd allebei onverwacht zijn overleden. RIP M. (59) en RIP P. (60)

Vandaag is de route, door en langs de Sićevokloof, werkelijk prachtig. Het is een pittige route, maar het genieten wint het met vlag en wimpel. De Sultans Trail wordt flink gepromoot in Nederland en is nog een onbekende en nieuwe route en dat merk je helaas wel. Sommige stukken zijn moeilijk begaanbaar en ik vraag me af hoe vaak er hier überhaupt wel iemand loopt. Van een lokale bewoner hoorde ik dat Serviërs niet veel hebben met wandelen. Ik maak me een beetje zorgen, ik hoop niet dat ik weer vast kom te zitten en helemaal terug zal moet lopen.

Soms kom ik door kleine gehuchtjes en op de gekste plekken vind je dan ineens iets dat doorgaat als een winkeltje. Ik ben dan ook als een kind zo blij als ik een prima banaan scoor, de andere twee waren bruin. Fruit doet me altijd goed.

Mijn idee was om in het dorpje Sićevo te gaan eten in het enige restaurant dat op de kaart stond, maar dat is inmiddels gesloten. Bij de supermarkt koop ik daarom eieren, tomaten, komkommer en meer en aan een picknicktafel met uitzicht op de kloof maak ik mijn maal klaar. Ik maak er gewoon mijn eigen 5-sterren restaurant van!

Vandaag wil ik kamperen, een goed streven, maar moeilijk uitvoerbaar helaas. Dat heb ik behoorlijk onderschat. Er is werkelijk nergens een vlak stuk te vinden en dat terwijl ik ruim op tijd ben begonnen met zoeken. Het wordt later en later en het begint al te schemeren. Uiteindelijk denk ik een mooi plekje gevonden te hebben. Voordat ik mijn tent opzet, ga ik eerst even proefliggen en het lijkt goed. Tijd voor een verdiende nachtrust!

Met bonzend hart en 952 schedels: de vele gezichten van Niš

#terugblik 16 september 2026

“Ben je nooit bang?” vraagt een volger me. Een vraag die me vaak gesteld wordt. Ja, ik ben wel eens bang, maar niet vaak en het hoort er een beetje bij. Als ik alleen in de natuur ben, ben ik trouwens zelden bang, onder de mensen af en toe wel. Mensen zijn nou eenmaal gevaarlijker dan dieren.

Om 2:00 uur schrik ik wakker. Niet ver van mijn tent hoor ik gepraat. Het moeten minstens vier of vijf personen zijn. Ik sta aan de rand van de stad op een picknickplek waar je mag overnachten en ja, iedereen mag en kan hier komen, maar wat doen ze hier om deze tijd op een doordeweekse dag?

Mijn hart bonst in mijn keel, ik probeer in te schatten of ik in gevaar ben. Maar wat kan ik doen? Ze zijn gaan zitten aan één van de tafels en praten en lachen. Het klinkt gemoedelijk. Ik hoor ze blikjes openen, maar dronken lijken ze niet. Drie kwartier lang (dat is lang!), lig ik met een bonzend hart en met open ogen te duimen dat ze geen kwaad in de zin hebben en ik vraag me telkens af: Waarom ben ik niet naar de officiële camping gelopen? Waarom was ik te lui om dat uurtje te wandelen? Uiteindelijk stapt het gezelschap op en gaan ze weg, het is goed volk…

Na deze gebroken nacht vertrek ik naar het busstation, tenminste dat is de bedoeling. Deze blijkt echter half in puin te liggen. Ik probeer erachter te komen waar ik dan moet zijn. Dat gaat moeizaam, niemand spreekt Engels en eigenlijk weten ze het antwoord ook niet. Tot ik een aantal mensen met koffers zie staan op een rotonde bij een enorm groot en protserig standbeeld (monument van Knez Lazar). Het blijkt de geïmproviseerde bushalte te zijn. Er staat nergens een bord, je moet het maar weten.

Met de bus rijd ik naar Niš, de tweede stad van Servië en met een rijke historie. De reis duurt ruim een uur en ik ben blij dat ik koel zit, inmiddels is het al flink warm geworden. Onderweg stopt de bus twee keer en dan is het ineens een gedrang van jewelste naar buiten toe. Ik snap het niet, want de bus stopt amper 5 minuten, maar de nicotinebehoefte van de rokers blijkt zo groot te zijn, dat een paar haaltjes toch verlichting schijnen te geven. In dit land wordt namelijk nog volop gerookt.

De aankomst in Niš is verrassend. De stad ademt een totaal andere sfeer uit. Het grote busstation, deze in perfecte staat, ligt vlak naast de overdekte markt, en hoe leuk om daar even overheen te lopen langs de groentes, de specerijen en de eieren. Ook weer snel eruit, het is lastig manoeuvreren met mijn kar met zoveel mensen.

De stad Niš heeft een rijke historie en is gelegen aan de rivier de Nisava. Een oud fort, fonteinen en statige standbeelden mogen natuurlijk niet ontbreken. Op een terrasje trakteer ik mezelf op taart van een gekroonde banketbakker en inderdaad, dat is niet voor niets, het is orgastisch lekker.

De kathedraal van Niš is indrukwekkend. Waar je ook kijkt zijn schilderingen; op de muren, op het plafond, in de raamkozijnen, overal. De kleuren zijn sprekend en het zijn verhalende taferelen. Ook hier ben ik weer de enige toerist. De kerk wordt vooral bezocht door gelovigen van de stad zelf en dat zijn er veel, te zien aan de kaarsjes die branden.

Ondanks de hitte besluit ik toch maar door te lopen op de Sultans Trail naar het volgende plaatsje, het is ‘maar’ 13 km en er zijn geen hoogteverschillen. Het begin van de route is mooi, kilometers lang langs de rivier. Ik zou graag een duik nemen, maar de stroming is sterk, dat is te gevaarlijk. Wel maak ik mijn pet af en toe nat, dat houdt mijn hoofd koel. Toch krijg ik wel een beetje spijt, het is vreselijk warm en nadat de weg van de rivier afgeleid wordt is de etappe lelijk en gaat deze door drukke en vieze buitensteden van Niš. Ik doe er veel langer over dan van tevoren gedacht en het is flink afzien bij deze hitte van ver over de 30 graden. Schaduw is er amper.

Op mijn route nog wel de eigenaardige Schedeltoren, een toren volledig ontworpen uit menselijke schedels, opgericht tijdens de Eerste Servische Opstand in 1809 als waarschuwing voor iedereen die in opstand zou komen tegen de Ottomanen. Vandaag de dag zijn er nog 59 van de oorspronkelijke 952 schedels over, die aan alle vier de zijden in 14 rijen waren ingemetseld, een bizar bouwsel.

Mijn geboekte studio (á €19/nacht), blijkt vier bedden te hebben, wat me keuzestress oplevert, want welk bed zal ik nemen? De douche hoef ik niet te kiezen, daar is er één van en die is voortreffelijk en meer dan welkom na zo’n warme dag met hoogte- en dieptepunten. Het hoort er allemaal bij. Wat een memorabele ervaringen weer op deze Sultans Trail.

Geen 18 meer: de kunst van het nixen en goed luisteren naar mijn lichaam

#terugblik 15 september 2025

Oké, ik moet helaas toegeven dat ik geen 18 meer ben. Ik heb teveel gevraagd van mijn lichaam. De hoge temperaturen en de lange afstanden hebben zijn tol geëist. Ik heb alleen maar zin om te slapen en ben doodmoe. Verandering van plannen dan maar. Niets moet natuurlijk en deze trail kan ik toch niet helemaal voltooien en uiteindelijk heb ik vakantie.

Op de kaart zie ik dat er op 5 km afstand een camping is aan de oever van de Grote Morava rivier. Ik denk dat ik daar maar een nachtje ga staan en dat ik vandaag niet ga wandelen. Ik sleep me uit bed, zet nog even koffie, eet mijn yoghurt en loop naar buiten. Het is nog heerlijk koel, het heeft vannacht flink geregend en het is wat mistig. Snel klaart het echter op en breekt de zon weer door. Ook vandaag wordt het tegen de 30° en morgen wordt het zelfs weer warmer.

Mijn plan is om hier in de stad uitgebreid te lunchen, dan boodschappen te doen en dan naar de camping te lopen, maar dan zie ik dat er ook in de stad iets is dat aangeduid wordt als camping. Net als bij het klooster is het een picknickplek waar je mag overnachten. Je hebt er geen voorzieningen, zoals een toilet, maar ik zie wel een buitendouche. Bingo! Dat ga ik doen, dat scheelt me zelfs dat uur lopen. Totale relax dus vandaag.

En zo geschiedde… ik ga lang zitten in de schaduw aan een picknicktafel in het park en schrijf wat. Daarna loop ik naar een restaurantje waar ik een Servische burger – wat hebben ze hier goed vlees – met een salade nuttig. Ook daar zit ik weer lang. Dan slenter ik door naar een volgend terras voor koffie. Ik kijk naar mensen en naar duiven, ik vermaak me met niks. Wat een genot.

Tegen het donker slenter ik naar de kampeerplek bij de rivier. Ik maak nog een soepje en na nog wat bladzijden gelezen te hebben, val ik in een diepe slaap in mijn tentje in het stadspark van Cuprija gelegen aan die prachtige rivier.

Tussen biggetjes en een boze ober: van hanengekraai naar de Grote Morava.

#terugblik 14 september 2025

Vandaag verbreek ik mijn persoonlijke record vroeg opstaan. Jaaaa, ik kán het wel! Om kwart voor zeven zitten al mijn spullen al in mijn kar. Als de hitte mij niet verslaat, versla ik hem wel.

Er is nog nergens iemand te zien, alleen een paar hanen zijn net zo wakker als ik en kukelen er lustig op los. Ik niet, al voel ik me wel weer goed, maar het blijft vroeg. Net als gedurende de hele nacht waait het hard. Dat is lekker en verfrist een beetje, al is het al 21°.

De route bekoort me. Eigenlijk voor het eerst een aantrekkelijke route met mooie uitzichten, schone (!) dorpjes en onderweg vriendelijk ogende mensen. Ik vind het nl. echt wennen, de Servische mentaliteit. Gisteren op de kampeerplek was het een heel ander verhaal, maar de mensen zijn over het algemeen nors, ze groeten eigenlijk nooit – ook bijvoorbeeld de caissière bij de supermarkt niet – en een lachje kan er ook zelden vanaf, zelfs niet als je fooi geeft. Het is een andere manier van doen. Niet slechter of beter uiteraard, anders.

Het is uitermate grappig als ik verschillende keren in de dorpjes tussen de biggetjes loop. Ze lopen gewoon los op straat. Wakker dier heeft hier wat dat betreft weinig te doen. Met honden is het helaas vaak een ander verhaal, die zitten regelmatig de hele dag aan veel te korte kettingen vastgeklonken op een erf.

Verbaasd ben ik als er op een gegeven moment een schaapskudde achter me loopt. Er lopen twee honden bij om de schapen in het gareel te houden, maar de schaapherder rijdt er op zijn dooie gemakkie achteraan in een autootje. Zijn schoenzolen zullen niet snel verslijten.

Het lopen gaat lekker, maar de route is langer dan verwacht en toch wel uitputtend. Na 33 km kom ik aan in Cuprija, gelegen aan de Grote Morava, een prachtige groen gekleurde rivier. Ik heb een kamer geboekt en moet de sleutel ophalen bij het ondergelegen restaurant. Er hangt een enorm televisiescherm en de ober zit Liverpool/Manchester City te kijken. Hij is duidelijk not amused dat zijn voetbalwedstrijd onderbroken wordt door mijn komst. In sneltreinvaart leidt hij me naar mijn kamer en net zo snel sta ik onder een koele douche. Wat een weelde.

Geen Texas Chainsaw Massacre, wel Servische koffiedrab: mijn dag in Despotovac

#terugblik 13 september 2025

In de nacht regent het licht. Er is geen geluid zo zen als de zachte regendruppels op mijn tent, wat een genot. Om zeven uur word ik gewekt door verre kerkklokken. Een half uur later luiden ze weer. De mis zal wel afgelopen zijn. Tijd voor mij om op te staan.

Een volger schrijft me “naast een maisveld slapen nog wel, spooky setting!” Engerds verstoppen zich er vaak en The Texas Chain Saw Massacre speelde zich ook af in een maisveld. Niet veel later voel ik ogen op me gericht… zal het dan toch? Het blijkt een nieuwsgierig jong katje te zijn. Mijn avontuur heb ik overleefd, ik kan verder!

De route gaat vooral over asfalt en door stille dorpjes. Alles lijkt uitgestorven en alsof er alleen maar honden wonen. Bij ieder huis word ik óf vrolijk óf juist agressief toegeblaft, van zwaar diep gebas tot hoog, mijn oren pijnigend, gekef.

De temperatuur loopt flink op, schaduw is nergens te vinden. Het is bloedheet. Rond het middaguur kom ik in Despotovac aan, waar ik meteen een koel restaurant induik. Ik eet voortreffelijk en maak kennis met de Servische drabkoffie. Als de ergste hitte voorbij is loop ik door naar het Manasija klooster, dat begin 1400 gesticht is. Het is indrukwekkend om daar rond te lopen en wederom de devotie van de lokale bewoners waar te nemen.

Als ik het klooster uitloop komt er een jongeman achter me aangerend. Hij vraagt of ik die Australische man ben die al 25 jaar met een karretje de wereld rondloopt. Nee, dat ben ik niet, maar graag zou ik dat wel nog 25 jaar doen. In goede gezondheid zou dat nog net moeten kunnen lukken!

300 meter van de gebedsplek is er een picknickplek, waar je mag kamperen. Er staat nog één ander tentje, er is een kampvuurtje en zo’n 20 volwassenen en kinderen vermaken zich prima. Ik word meteen uitgenodigd om later bij ze te komen zitten, ze hebben genoeg te eten en te drinken.

Een jongetje van een jaar of 12 vraagt of ik misschien wat Servisch wil leren. Hij leert me begroeten en een beetje tellen, het is aandoenlijk. Daarna ga ik echter snel mijn tent in, ik voel me niet zo lekker, het lijkt wel of ik verkouden aan het worden ben en ik heb lichte hoofdpijn. De drank sla ik dit keer over.

Van Monopolygeld tot maisveld: eerlijkheid en ongemak in Servië

#terugblik 12 september 2025

De rustdag doet me goed. Ik kom zelfs nog tijd tekort. Vanaf Smederevo ga ik een stuk van de route overslaan. Volgens een speciale internationale taxiwebsite valt de prijs best mee voor de 60 km die ik moet overbruggen. Als ik echter de prijs verifieer bij een taxichauffeur, blijkt deze veel hoger te zijn. Ik bekijk toch nog een keer het alternatief per OV, maar dat is geen optie

Balend en voordat ik met tegenzin de taxi neem, drink ik een koffie op een terras. De koffie kost 120 Dinar, maar ik leg per ongeluk 1.020 Dinar neer op het schoteltje en loop weg. Een punthoofd krijg ik hier van al die biljetten, mijn zakken puilen uit, het lijkt wel Monopolygeld.

Niet snel daarna hoor ik geschreeuw achter me. Ik sla er geen acht op, geschreeuw hoor je hier zo vaak. Dan hoor ik “Sir, sir”. Volgens mij ben ik de enige toerist in verre omstreken, word ik geroepen? De serveerster geeft me het teveel betaalde geld terug… wow, wat eerlijk, ze had ook kunnen denken “stomme toerist!”

Met de taxi ben ik binnen een uur in Svilajnac, vanwaar ik verder ga. Ik loop lekker en de route is gemakkelijk qua ondergrond (alleen maar asfalt) en qua hoogtemeters (geen). Na een tijdje vind ik een bankje onder wat bomen, de ideale plek om te lunchen in de schaduw. Tenminste… totdat ik ondergescheten wordt door een vogel boven me in de boom. Een abrupt en smerig einde van een vredevolle lunch.

Een paar uur later hoor ik ineens een man roepen vanaf zijn balkon “Sprechen Sie Deutsch?” Zoran blijkt in Zwitserland te werken en is hier bij zijn moeder op vakantie. Hij zegt dat ik mag blijven eten en dat mijn tent in zijn tuin kan. Ach waarom ook niet? Dit zijn vaak de leuke ontmoetingen, alleen heeft zijn Zwitserse vrouw er geen zin in, ze heeft problemen in de familie en ze wil nu even niemand in huis. Hoewel ik ze niet kan verstaan, hoor ik ze discussiëren in de keuken.

Met zijn staart tussen zijn benen komt Zoran terug, hij schaamt zich dood, maar hij moet zijn uitnodiging intrekken. Ik zeg dat ik het helemaal snap en dat het geen probleem is. En inderdaad, niet veel later vind ik een prima kampeerplekje verscholen achter een maisveld.

Koffie, kerk en cocoonen: de kunst van het lummelen in Smederevo

#terugblik 11 september 2025

Vandaag een rustdag!

Ik heb een kamer geboekt voor twee dagen in het stadje Smederevo, beroemd om zijn enorme middeleeuwse fort en de prachtige Servische orthodoxe kerk. Mijn kamer á 20 euro per nacht, is van veel gemakken voorzien, o.a. van een televisie en van airconditioning. Van beiden maak ik alleen geen gebruik, ik snap niet hoe de afstandsbediening werkt, en heb ook geen behoefte om dat uit te zoeken, en koude lucht is niet meer nodig. Inmiddels is het kwik gedaald naar 23 graden.

Ik slaap heerlijk lang en verwen mezelf met koffie en ontbijt op bed. Een waterkoker is er niet en ik ben daarom heel blij met mijn gasbrander, want zo wordt er toch nog in mijn eerste levensbehoefte voorzien… KOFFIE! Buiten regent het, ik geniet binnen van deze ochtend.

Als het rond half een droog wordt, wandel ik het stadje in naar het fort en bezoek ik de kerk, die heel indrukwekkend is. Er lopen heel veel gelovigen in en uit, die maar kruisjes blijven slaan en vaak een kaarsje branden. Ik proef intense devotie.

Dan op zoek naar een restaurant, vandaag wil ik mezelf culinair verwennen en dat lukt heel goed. Ik eet voortreffelijk en vul mijn energie weer aan. Na de lunch wandel ik nog even rond, maar eigenlijk verlang ik gewoon naar mijn appartementje. De stad is best lawaaierig en druk. Bovendien is er kermis én markt, ik laat het graag aan me voorbij gaan en ga lekker cocoonen op mijn kamer.

Een kort middagdutje doet me goed. Daarna schrijf ik wat en bestudeer ik de te volgen route voor de aankomende week. Het gaat me sowieso niet lukken om de hele route van Belgrado naar Sofia te lopen, ik wil daarom kijken welke wat mindere etappes ik over kan slaan. Dat is nog een heel gepuzzel, er is niet overal op de route gunstig openbaar vervoer en ook is het moeilijk in te schatten wat handig is om te doen. Wel heb ik ondertussen contact gehad met een Nederlands teamlid van de Sultans Trail, dat me heel goed helpt en goede tips geeft. Chapeau!

Meer heb ik niet te melden, alleen dat ik ook van een dag als deze enorm geniet. Vervelen doe ik me toch nooit en ik ben heel goed in lummelen en lanterfanten zonder schuldgevoel. Dat zouden meer mensen mogen doen!

No pain, no gain: hoe AZ Alkmaar me aan extra druiven hielp in Servië

#terugblik 10 september 2025

Toch wonderlijk hoe snel mijn lichaam zich herstelt. Ik dacht geen stap meer te kunnen verzetten, want toen ik vannacht naar het toilet wilde kon ik amper opstaan, zo stram en pijnlijk voelde mijn hele lijf. In de ochtend echter, geen centje pijn meer. Weer klimmend, merk ik wel dat ik flinke spierpijn heb in mijn kuiten, maar dat is normaal als je na zeven maanden in de polder weer bergen optorst en bijna 30 km loopt in de bloedhitte.

Gelukkig is het bewolkt en waait er een windje. Dat scheelt een stuk, al wordt het wéér 32° C, met dat verschil dat ik vandaag wél vroeg vertrek. Het vervelendste stuk, een achterlijk steile klim, overwin ik dan ook vóór de hitte op zijn hoogtepunt is. Voor de beklimming bereid ik me psychisch voor met een broodje aan de oever van de Donau. Het is enorm afzien, maar het lukt met minder gepuf en gehijg dan gisteren. De spierpijn is killing, maar… no pain, no gain!

Boven gekomen loop ik langs een fruitkraampje. Wat een aangename verrassing! Ik koop verrukkelijke druiven en de koopman vraagt of ik uit Hollandija kom. Hij slaakt een kreet van vreugde als ik dat beaam.

Uit Groningen?”

Nee.”

Uit Amsterdam dan?”

Nee, uit Alkmaar.” Ik zeg het en denk tegelijkertijd dat hij daar toch nooit van gehoord zal hebben.

“Ohh, Alkmaar… Alkmaar jaaaaaa, AZ!!! “ Hij somt een aantal spelers van AZ op.

“Ja, dat is mijn club! “ Lieg ik, voetbal interesseert me nl. totaal niet en de spelers ken ik al helemaal niet.

“Fantastic, fantastic.” Roept hij enthousiast uit en hij doet een extra tros druiven in de zak en geeft me een hand.

Voetbal verbindt, dat heb ik ondertussen wel geleerd tijdens mijn reizen.

Al snoepend van mijn druiven wandel ik verder. De route is niet uitzonderlijk, maar geeft wel mooi weer hoe het leven hier is. Hier geen toerisme, maar een presentatie van het leven van alledag. Ik loop kilometers lang door boomgaarden met appels, peren en nectarines en zie hoe de mensen hier leven, vaak in huizen die maar half afgebouwd zijn of behoorlijk vervallen. Trekkers rijden snoeihard af en aan en in de dorpen vind je kleine winkeltjes, waar je zo aan voorbij loopt. De bewoners weten ze toch wel te vinden, reclame kost alleen maar geld.

Na weer 30 km op de teller kom ik aan bij mijn prima kamer, die ik voor twee nachten geboekt heb in Smederevo (€20 p/nacht). Ik gun mijn lijf nu rust en het gaat toch regenen morgen, dus dat komt goed uit.

Ontbijt in de hemel, lopen in de hel: de hitte op de Sultans Trail.

#terugblik 9 september 2025

De intentie om vroeg op pad te gaan i.v.m. de hitte lukt voor geen meter. Na een perfecte nacht slaap in mijn tentje, pak ik vroeg in. Wildkamperen is verboden in Servië, maar wordt meestal wel gedoogd, ik wil echter geen risico nemen. Bij het kraken van de dag verplaats ik me naar de picknicktafel met uitzicht op de Avala-toren, waar ik gisteren mijn diner maakte. Nu dan voor een ontbijt in de ‘hemel’: stilte, op de vogel- en krekelgeluiden na, verse koffie en schrijven onder een parasol.

Later moet ik het wel bekopen, lopen in de volle zon is geen pretje. Het kwik loopt op naar 32°C en als er heel soms een wolkje voor de zon schuift voelt dat als een cadeautje van boven. Dit keer let ik er goed op dat ik genoeg drink, incl. electrolytendrankpoeder. Ik heb mijn lesje wel geleerd nadat ik in juni door uitdroging heel ziek werd na de hete Trail Days op de Hoge Veluwe.

Sommige stukken zijn behoorlijk steil en in deze warmte heb ik er veel moeite mee. Hevig hijgend ga ik stap voor stap naar boven, vaak moet ik stoppen om op adem te komen. Het liefste zou ik mijn tentje ergens neerzetten, maar dat kan niet, nergens is er een waterpunt om met genoeg water de nacht door te kunnen komen. Ik heb me goed ingesmeerd, maar ineens voel ik dat mijn oren boven mijn pet aan het verbranden zijn. Ook mijn oren insmeren dus!

Als ik, inmiddels op mijn tandvlees lopend, over een landweg loop, komt er een trekker met aanhanger voorbij. De boer biedt me een lift aan. Dankbaar neem ik zijn aanbod aan. Communiceren gaat niet, zijn vrouw en hij spreken geen woord over de grens. Ook zie ik tot mijn schrik dat ze bij de eerste afslag niet richting Grocka rijden, maar naar een ander dorp. Stom, ik heb ook niet gevraagd waar ze moesten zijn. Ik zie op de kaart dat het vanuit hun dorp net zo ver lopen is, dan waar ze me opgepikt hebben, maar dat ik nu wel over een geasfalteerde weg kan lopen, dus sneller is het wel.

Werkelijk uitgeput kom ik uiteindelijk bij het dorpje Grocka aan. Ik boek een kamer, kamperen is hier lastig en ik wil gewoon een douche en afkoelen. Ik ben zo moe en mijn lijf doet zo’n pijn van alle inspanning dat ik zonder eten in slaap val. Honger heb ik niet en genoeg reserves, dus ach…