Koffie, kerk en cocoonen: de kunst van het lummelen in Smederevo

#terugblik 11 september 2025

Vandaag een rustdag!

Ik heb een kamer geboekt voor twee dagen in het stadje Smederevo, beroemd om zijn enorme middeleeuwse fort en de prachtige Servische orthodoxe kerk. Mijn kamer á 20 euro per nacht, is van veel gemakken voorzien, o.a. van een televisie en van airconditioning. Van beiden maak ik alleen geen gebruik, ik snap niet hoe de afstandsbediening werkt, en heb ook geen behoefte om dat uit te zoeken, en koude lucht is niet meer nodig. Inmiddels is het kwik gedaald naar 23 graden.

Ik slaap heerlijk lang en verwen mezelf met koffie en ontbijt op bed. Een waterkoker is er niet en ik ben daarom heel blij met mijn gasbrander, want zo wordt er toch nog in mijn eerste levensbehoefte voorzien… KOFFIE! Buiten regent het, ik geniet binnen van deze ochtend.

Als het rond half een droog wordt, wandel ik het stadje in naar het fort en bezoek ik de kerk, die heel indrukwekkend is. Er lopen heel veel gelovigen in en uit, die maar kruisjes blijven slaan en vaak een kaarsje branden. Ik proef intense devotie.

Dan op zoek naar een restaurant, vandaag wil ik mezelf culinair verwennen en dat lukt heel goed. Ik eet voortreffelijk en vul mijn energie weer aan. Na de lunch wandel ik nog even rond, maar eigenlijk verlang ik gewoon naar mijn appartementje. De stad is best lawaaierig en druk. Bovendien is er kermis én markt, ik laat het graag aan me voorbij gaan en ga lekker cocoonen op mijn kamer.

Een kort middagdutje doet me goed. Daarna schrijf ik wat en bestudeer ik de te volgen route voor de aankomende week. Het gaat me sowieso niet lukken om de hele route van Belgrado naar Sofia te lopen, ik wil daarom kijken welke wat mindere etappes ik over kan slaan. Dat is nog een heel gepuzzel, er is niet overal op de route gunstig openbaar vervoer en ook is het moeilijk in te schatten wat handig is om te doen. Wel heb ik ondertussen contact gehad met een Nederlands teamlid van de Sultans Trail, dat me heel goed helpt en goede tips geeft. Chapeau!

Meer heb ik niet te melden, alleen dat ik ook van een dag als deze enorm geniet. Vervelen doe ik me toch nooit en ik ben heel goed in lummelen en lanterfanten zonder schuldgevoel. Dat zouden meer mensen mogen doen!

No pain, no gain: hoe AZ Alkmaar me aan extra druiven hielp in Servië

#terugblik 10 september 2025

Toch wonderlijk hoe snel mijn lichaam zich herstelt. Ik dacht geen stap meer te kunnen verzetten, want toen ik vannacht naar het toilet wilde kon ik amper opstaan, zo stram en pijnlijk voelde mijn hele lijf. In de ochtend echter, geen centje pijn meer. Weer klimmend, merk ik wel dat ik flinke spierpijn heb in mijn kuiten, maar dat is normaal als je na zeven maanden in de polder weer bergen optorst en bijna 30 km loopt in de bloedhitte.

Gelukkig is het bewolkt en waait er een windje. Dat scheelt een stuk, al wordt het wéér 32° C, met dat verschil dat ik vandaag wél vroeg vertrek. Het vervelendste stuk, een achterlijk steile klim, overwin ik dan ook vóór de hitte op zijn hoogtepunt is. Voor de beklimming bereid ik me psychisch voor met een broodje aan de oever van de Donau. Het is enorm afzien, maar het lukt met minder gepuf en gehijg dan gisteren. De spierpijn is killing, maar… no pain, no gain!

Boven gekomen loop ik langs een fruitkraampje. Wat een aangename verrassing! Ik koop verrukkelijke druiven en de koopman vraagt of ik uit Hollandija kom. Hij slaakt een kreet van vreugde als ik dat beaam.

Uit Groningen?”

Nee.”

Uit Amsterdam dan?”

Nee, uit Alkmaar.” Ik zeg het en denk tegelijkertijd dat hij daar toch nooit van gehoord zal hebben.

“Ohh, Alkmaar… Alkmaar jaaaaaa, AZ!!! “ Hij somt een aantal spelers van AZ op.

“Ja, dat is mijn club! “ Lieg ik, voetbal interesseert me nl. totaal niet en de spelers ken ik al helemaal niet.

“Fantastic, fantastic.” Roept hij enthousiast uit en hij doet een extra tros druiven in de zak en geeft me een hand.

Voetbal verbindt, dat heb ik ondertussen wel geleerd tijdens mijn reizen.

Al snoepend van mijn druiven wandel ik verder. De route is niet uitzonderlijk, maar geeft wel mooi weer hoe het leven hier is. Hier geen toerisme, maar een presentatie van het leven van alledag. Ik loop kilometers lang door boomgaarden met appels, peren en nectarines en zie hoe de mensen hier leven, vaak in huizen die maar half afgebouwd zijn of behoorlijk vervallen. Trekkers rijden snoeihard af en aan en in de dorpen vind je kleine winkeltjes, waar je zo aan voorbij loopt. De bewoners weten ze toch wel te vinden, reclame kost alleen maar geld.

Na weer 30 km op de teller kom ik aan bij mijn prima kamer, die ik voor twee nachten geboekt heb in Smederevo (€20 p/nacht). Ik gun mijn lijf nu rust en het gaat toch regenen morgen, dus dat komt goed uit.

Ontbijt in de hemel, lopen in de hel: de hitte op de Sultans Trail.

#terugblik 9 september 2025

De intentie om vroeg op pad te gaan i.v.m. de hitte lukt voor geen meter. Na een perfecte nacht slaap in mijn tentje, pak ik vroeg in. Wildkamperen is verboden in Servië, maar wordt meestal wel gedoogd, ik wil echter geen risico nemen. Bij het kraken van de dag verplaats ik me naar de picknicktafel met uitzicht op de Avala-toren, waar ik gisteren mijn diner maakte. Nu dan voor een ontbijt in de ‘hemel’: stilte, op de vogel- en krekelgeluiden na, verse koffie en schrijven onder een parasol.

Later moet ik het wel bekopen, lopen in de volle zon is geen pretje. Het kwik loopt op naar 32°C en als er heel soms een wolkje voor de zon schuift voelt dat als een cadeautje van boven. Dit keer let ik er goed op dat ik genoeg drink, incl. electrolytendrankpoeder. Ik heb mijn lesje wel geleerd nadat ik in juni door uitdroging heel ziek werd na de hete Trail Days op de Hoge Veluwe.

Sommige stukken zijn behoorlijk steil en in deze warmte heb ik er veel moeite mee. Hevig hijgend ga ik stap voor stap naar boven, vaak moet ik stoppen om op adem te komen. Het liefste zou ik mijn tentje ergens neerzetten, maar dat kan niet, nergens is er een waterpunt om met genoeg water de nacht door te kunnen komen. Ik heb me goed ingesmeerd, maar ineens voel ik dat mijn oren boven mijn pet aan het verbranden zijn. Ook mijn oren insmeren dus!

Als ik, inmiddels op mijn tandvlees lopend, over een landweg loop, komt er een trekker met aanhanger voorbij. De boer biedt me een lift aan. Dankbaar neem ik zijn aanbod aan. Communiceren gaat niet, zijn vrouw en hij spreken geen woord over de grens. Ook zie ik tot mijn schrik dat ze bij de eerste afslag niet richting Grocka rijden, maar naar een ander dorp. Stom, ik heb ook niet gevraagd waar ze moesten zijn. Ik zie op de kaart dat het vanuit hun dorp net zo ver lopen is, dan waar ze me opgepikt hebben, maar dat ik nu wel over een geasfalteerde weg kan lopen, dus sneller is het wel.

Werkelijk uitgeput kom ik uiteindelijk bij het dorpje Grocka aan. Ik boek een kamer, kamperen is hier lastig en ik wil gewoon een douche en afkoelen. Ik ben zo moe en mijn lijf doet zo’n pijn van alle inspanning dat ik zonder eten in slaap val. Honger heb ik niet en genoeg reserves, dus ach…

Een horrornacht, bloed en doornen: mijn moeizame vertrek uit Belgrado

#terugblik 8 september 2025

Luister en huiver, het leven van een trekker gaat niet altijd over rozen. Of misschien ook wel, rozen hebben nare doornen en die had ik vandaag te over. Letterlijk en figuurlijk.

Te beginnen bij de horrornacht. Ik had het kunnen weten, een spotgoedkoop hostel in een grote stad als Belgrado kan rare mensen aantrekken. Niet meer doen dus. Oud en krakkemikkig stoot me niet af, guur volk wél. De Filipijnse receptionist is zeer vriendelijk en de al aanwezige groep van internationale reizigers uit China, Taiwan, Brazilië en Duitsland kent elkaar inmiddels en vermaakt zich prima, maar naarmate de avond vordert, wordt het steeds grimmiger. Ongure types met een walm van rook en alcohol checken in. Ze zijn luidruchtig en brutaal. Het voelt niet goed.

Gelukkig krijgen ze een andere kamer toegewezen, maar mijn belangrijkste spullen leg ik voor de zekerheid toch maar onder mijn kussen. Tot half vier in de nacht wordt er gezopen, gepraat en luid gelachen en om de haverklap komt er iemand lawaaierig de slaapzaal binnen om iets te pakken of om te gaan liggen. Het is een hel. De koude douche, een paar straaltjes, warm water is er nl. niet, is nog het minst erge in dit vieze hostel, waar alles kapot is of gaat.

Na sterke zwarte koffie, vertrek ik al om zes uur. Ik wil hier weg en wel heel snel. Een hoogtepunt deze vroege ochtend is een bezoek aan de Heilige Tempel van Sava, maar de buitenwijken van Belgrado zijn goor en lawaaierig. Ik ben blij als ik eindelijk het bos in loop. Dat is echter van korte duur, want het pad is totaal niet onderhouden. Overal is er wildgroei van bramen en er zijn veel planten met enorme scherpe stekels. Het bloed loopt inmiddels over mijn armen en benen, het is echt afzien. Andere paden zijn overgroeid met gras en niet meer te zien. Alleen op mijn wandelapp Komoot kan ik de route nog volgen.

Dan stuit ik op een ondoordringbaar cordon van bramenstruiken. Ik moet weer helemaal terug. Als ik een ander pad neem krijg ik weer hetzelfde probleem, dit pad is ook onbegaanbaar. Helemaal terug en over de weg is de enige optie. Uitgeput kom ik aan in het dorpje Beli Potok, waar ik een ijsje eet en boodschappen doe.

Dan is het nóg 50 minuten klimmen naar de picknickplek onder de toren van Avala. Ik vraag me af waarom het laatste stuk altijd zo is, altijd maar omhoog lijkt het wel, vooral als je niets anders wilt dan aankomen. Inmiddels is het zeven uur geweest en eten koken lukt ook niet helemaal zoals ik het wil, maar eindelijk heb ik rust en kan ik gaan slapen in mijn tent. Yes!

De grote goocheltruc en andere hobbels op weg naar Belgrado

#terugblik 7 september 2025

Na een heerlijke nacht slaap, word ik met een paar koppen koffie langzaam helemaal wakker aan de keukentafel van mijn hostel. Ik voel me een stuk beter.

De metro brengt me in een sneltreinvaart naar het busstation, waar de bus, die me naar Belgrado zal brengen, al snel aan komt rijden. Als de norse buschauffeur mijn wandelkar Wheelie ziet, mompelt hij chagrijnig “Die kar mag niet mee.” Ik zeg hem zo vrolijk mogelijk, want hem meer irriteren is niet handig, dat ik een goocheltruc heb. Behendig haal ik de hendels en de wielen van de kar en de body, ter grootte van een koffer blijft over. Hij knikt kort “Vooruit dan maar.” Eerste hobbel genomen!

Stoel 20a is voor mij, dat wil zeggen dat ik helemaal achterin de bus zit, de plek die vroeger voor de stoere jongens was tijdens de schoolreisjes. Eindelijk heb ik die dan ook eens veroverd. Voor me zit een Engelse reisleidster die haar volgelingen uitlegt wat ze allemaal kunnen verwachten. Ze heeft vreselijk flauwe humor, maar de dames vinden het erg grappig, ze lachen overdreven hard. Het doet zeer aan mijn oren.

Ruim 1,5 uur doen we erover om de grens van Hongarije naar Servië te passeren. Eerst wachten we in de bus tot we aan de beurt zijn. Daarna allemaal de bus uit en in de rij voor het loket van de Hongaarse douane. Dan allemaal de bus weer in. Met de bus rijden we 50 meter vooruit, waar we wachten voor de volgende slagboom. Als we aan de beurt zijn, allemaal de bus weer uit en nu voor het Servische loket in de rij. Er is maar één raampje open en met de niet al te ijverige douanier duurt het eindeloos. Dan allemaal de bus weer in en rijden maar. Hobbel nummer 2 overwonnen en ik heb de eerste stempel in mijn gloednieuwe paspoort!

In de bus probeer ik mijn sim-kaartje met dekking in Servië aan de praat te krijgen. Alle Balkanlanden zitten in mijn telefoonbundel, maar Servië niet. Ik krijg het niet voor elkaar, hoewel het volgens de gebruiksaanwijzing heel simpel zou moeten zijn. Ik besluit daarom maar om in Belgrado in een hostel te slapen, dit moet goed geregeld zijn en ik weet niet of dat snel zal lukken op een zondag. Dan maar iets later op pad. Uiteindelijk lukt het met een e-sim. Weer een hobbel, zeg maar een col, overwonnen. Een hele opluchting.

Belgrado is een contrast met Budapest. Het is er vies en de mensen doen kortaf. Deze dag gaat de geschiedenis in als een hobbelige dag…

Hazenslaapjes en Hongaarse vibes: De aanloop naar de Sultans Trail

#terugblik 6 september 2025

Wonder boven wonder ben ik best uitgerust na mijn hazenslaapjes op mijn zitplaats in de nachttrein. Voordat ik aankom in Wenen heb ik nog een aangenaam gesprek met mijn tafelgenoten. Ik zit nl. aan een zgn. ‘tafelplaats’ met twee andere reizigers tegenover me. De man is 30 jaar freelance bergwandelgids geweest en heeft o.a. hikes gemaakt in Canada, de Balkan, Mongolië en de Pyreneeën en mijn kwieke tafeldame is 82 jaar jong en vertelt o.a. over haar huttentochten van meer dan 50 (!) jaar geleden en hoe bijzonder dat toen nog was. Nog steeds loopt ze iedere dag 10 km, weer of geen weer. “Nou ja” zegt ze “ik jok een beetje, op zaterdag wandel ik niet, dan maak ik mijn huis schoon”. Het is haar vergeven!

Met 40 minuten vertraging kom ik aan in Wenen, waar ik nog een klein uurtje mijn benen kan strekken voordat de bus naar Budapest vertrekt. Na een voorspoedige reis en nog wat korte dutjes kom ik daar om half drie aan. Het is best warm, maar goed te doen. Ik neem de metro naar mijn hostel, check daar in en ga op pad om de stad te verkennen.

Aangenaam verrast ben ik. Wat een prachtige stad, wonderschoon aan de Donau gelegen met zijn vele bruggen. De stad is schoon, gezellig en er is veel te zien. De mensen zijn zeer vriendelijk, ik ervaar hier in Hongarije een beetje de ‘Spanje-vibe’, iets wat ik niet verwacht had en dan met dat verschil dat iedereen goed Engels spreekt. Ik voel me er eigenlijk wel thuis. Behoorlijk toeristisch is het wel natuurlijk, maar het is nou ook niet dat je over de hoofden loopt, net goed.

Na zo’n tien kilometer door de stad geslenterd te hebben, strijk ik neer op een terras van een restaurantje gespecialiseerd in de Hongaarse keuken. ‘Mijn keuken van vandaag’ laat ik verzorgen en daar krijg ik geen spijt van, ik eet een heerlijk kipgerecht en een uitbundig toetje. Het smaakt voortreffelijk. 3.000.000 calorieën, dat wel, maar dat loop ik er wel weer af de volgende weken.

Morgen met de bus naar Belgrado. Daar begint mijn hike, een gedeelte van de Sultans Trail, naar Sofia. Ik heb er erg veel zin in!

Op pad naar een nieuw avontuur: de Sultans Trail

#terugblik 5 september 2025

Eindelijk dan. Wat heb ik hiernaar uitgekeken, mijn reis is begonnen. Een nieuwe route, nieuwe landen. Op de planning: een stuk van de Sultans Trail, van Belgrado naar Sofia. Ongeveer 550 kilometer voor me uit. Een mooi nieuw avontuur in onbekende oorden.

Ik vind het spannend. Misschien nog wel het meest vanwege de talen, het Servisch en het Bulgaars, geschreven in het cyrillische schrift, daar kan ik geen touw aan vastknopen. Het zal natuurlijk allemaal wel meevallen. Tegenwoordig los je alles op met een beetje googlen en Google Translate. En toch… die eerste dagen in een nieuw land maken me altijd nerveus. Ik moet wennen. Aan de taal, het geld, de mensen, de gewoontes. En achteraf? Achteraf valt het altijd mee.

Omdat ik zo min mogelijk wil vliegen, reis ik met de trein en de bus. Eigenlijk is dat een cadeau op zich. Langzaam ontkoppelen en onthaasten. Zeker na een emotioneel intense periode waarin ik mijn hoofd maar net boven water hield. Deze reis voelt niet alleen als iets leuks, maar ook als iets noodzakelijks.

Hij begint wel met een stevige hoofdpijn en een lichaam dat protesteert. Een vleugje overspannenheid misschien. Hopelijk zakt het snel weg, stap voor stap. De mediatraining van Wandelnet, de dag van vertrek en waar ik me erg op verheugde, moet ik helaas afzeggen, het is gewoon te veel nu. Mijn lijf trekt aan de rem en dit keer luister ik, een hele overwinning.

De nachttrein naar Wenen is een ervaring op zich. Uit (verkeerde?) zuinigheid heb ik een zitplaats geboekt. Echt slapen lukt nauwelijks, maar tussen het schommelen door pak ik wat hazenslaapjes mee. Om zeven uur in de ochtend brengt een medepassagier me een kop koffie. Zo’n klein gebaar dat ineens groot voelt. Ik ben minder moe dan verwacht.

Langzaam zakt het in: het vakantiegevoel. Mijn schouders worden lichter. Mijn hoofd stiller.

Het avontuur is begonnen. Servië, here I come!

Maar eerst: een middag en een avond in Boedapest, Hongarije.

De Sultans Trail is een langeafstandswandelpad van Wenen (Oostenrijk), via Slowakije, Hongarije, Kroatië, Servië, Bulgarije en Griekenland naar Istanboel in Turkije. Het volgt in grote lijnen de tocht die sultan Süleyman de Grote, machthebber van het Ottomaanse Rijk in de 16e eeuw maakte. De totale lengte is ca. 2400 km en de trail loopt door acht landen en acht natuurreservaten. Het pad wordt ontwikkeld en gepromoot door vrijwilligers van de Nederlandse stichting Sultan’s Trail, A European Cultural Route.

Wespen, vossen, dassen, herten en zwijnen

#terugblik – 14 juni 2024

Heel vroeg word ik wakker en schrijf ik wat. Het fijnste vind ik het om vroeg in de ochtend te schrijven, dan heb ik een helder leeg hoofd en de meeste inspiratie. Het lijkt dan of de woorden als vanzelf uit mijn toetsenbord rollen.

De hele tijd hoor ik gezoem en ineens zie ik dat ik onder een wespennest heb geslapen. Prachtig om te zien, een bouwwerk gemaakt van laagjes gekauwde hout- en plantenvezels, nu nog ter grootte van een tennisbal. Ik weet niet of er nog wel geslapen kan worden in de hut als het nest groter wordt, maar misschien kan dat gewoon als je de wespen maar met rust laat.

Het weer is fris, maar droog. Verschil tussen dag en nacht is er nauwelijks. ‘s Nachts is het 11 graden en overdag is het een graadje warmer. Ik voel me heerlijk zen en het meest opvallende dat ik gewaarword bij mezelf is dat ik geen last meer heb van uitstelgedrag. Als ik bijvoorbeeld zie dat er regen komt, doe ik meteen de hoes om mijn kar en pak ik mijn regenpak. Ik wacht niet totdat het ook daadwerkelijk gaat regenen. Het is een vervelend klusje, maar met uitstellen word ik vaak extra gestraft omdat ik dan toch nog nat word. Steentje in mijn schoen? Meteen stoppen en eruit halen. En zo heb ik meer voorbeelden. Klinkt stom misschien, maar toch wel een overwinning voor een notoire uitsteller van vervelende klusjes.

De route is erg mooi en afwisselend; bos, open landschap, kastelen en het dorpje Trosa. Ik kook mijn eten op een ‘gran-di-joos’ uitzichtpunt en geniet weer eens op en top van mijn eigen kookkunsten. Op de kaart zie ik dat er in het natuurreservaat Tullgarn een aantal picknickplekken zijn, daar kan ik vast mooi kamperen en dat klopt inderdaad ook. Een stukje van de route af vind ik een plekje bij het water, waar veel watervogels druk bezig zijn met hun nesten. In het uur voordat ik daar aankom zie ik een vos, een hert, zwarte wilde zwijnen en een dassenfamilie. Aan wild geen gebrek. Nadat ik mijn tent opgezet heb kom ik erachter dat ik niet bij het water kan komen, maar gelukkig heb ik nog genoeg water voor de nacht en voor koffie. Een kniesoor die daarop let.

Pauze in een mierenhoop

#terugblik – 13 juni 2024

Blij met de goede afloop van gisteren, gaap ik a-sociaal hard als ik wakker word. Ineens staat er een vrouw naast mijn luchtbed. Ze vraagt zich af of alles goed met me gaat, ik kwam gisteren wel heel laat aan. Het blijkt dat haar tentje op nog geen 20 meter afstand van de hut achter een rots te staan… Ik schaam me dood, voor mijn overdreven gegeeuw en voor het luide coachen van mezelf vannacht, dat moet ze gehoord hebben. Dat klopt, maar het stelde haar ook gerust. Ze wist in ieder geval dat er goed volk aankwam.

Ze is een markante verschijning met rood haar en tatoeages. Ik ben onder de indruk van haar verhaal, ondanks haar lichamelijke beperkingen trekt ze erop uit en doet ze wat ze nog wel kan en gaat ze niet zielig thuis zitten mokken. Vaak loopt ze maar 5 km per dag, maar ze is in de natuur waar ze op en top geniet en dat zie je! We spreken af contact te blijven houden. Dit zijn de mooie menselijke ontmoetingen.

Dankbaar voor mijn uitstekende gezondheid ga ik verder en niet veel later kom ik tot mijn verbazing weer terug op de plek waar ik gisteren niet mocht kamperen. Ik ben verkeerd gelopen en deze weg was veel korter. De lijdensweg van gisteren was helemaal niet nodig geweest…

Als ik wil pauzeren, zie ik een afgezaagde boomstronk met dennennaalden eromheen. Dat is een prima stoel! Ineens zie ik een colonne mieren mijn regenbroek in marcheren. Ik ben op een mierenhoop gaan zitten! Het zijn grote rode mieren en ik maan mezelf tot rust om niet te gaan slaan, dan gaan ze zeker bijten. Voorzichtig doe ik mijn broek uit en verwijder ik de mieren. Ik had het kunnen weten, een hoop dennennaalden is vaak een mierennest.

Na amper 9 km lopen zie ik een hut, waar ik besluit te blijven. Na het nachtelijke avontuur mag dat wel. Het zonnetje is inmiddels gaan schijnen en het is er heerlijk. Op een rots zit ik een tijdje gewoon te zitten, meer hoeft ook niet, want het is alles.

Om half acht ben ik zo moe, dat ik maar ga slapen. Met het risico dat ik heel vroeg wakker zal worden, maar dat is dan maar zo. Ik ontwaak echter na 1,5 uur en om half elf val ik gewoon weer in slaap, nu tot de volgende ochtend.

Nachtelijk avontuur

#terugblik – 12 juni 2024

In de vroege ochtend geniet ik van de mist boven het meertje, wat een uitzicht vanaf mijn opblaasbed! Heerlijk om zo wakker te worden en weer in te dommelen. De verwachte zon en 15 graden blijken een wassen neus. Het regent urenlang en ik blijf tot half twee in de schuilhut, die zijn naam eer aan doet. Erg is het niet, ik klap mijn laptop open en schrijf een paar uur. Wel pas ik de route wat aan, i.p.v. moeilijke bergpaadjes steggel ik een beetje en pak ik de makkelijkere gravelweggetjes.

Tegen zessen kom ik langs een kerkje met een zitje van luxe witgelakt hout meubilair. Daar kook ik en maak ik gebruik van het openbare toilet met stromend water, zeep en een spiegel. Het zonnetje is zowaar ook weer tevoorschijn gekomen en daardoor is het net warm genoeg om daar lekker lang te vertoeven.

Ik heb mijn zinnen gezet op een schuilhut in een natuurreservaat. Kamperen is hier nl. vrijwel onmogelijk door de vele stenen en het ongelijke terrein. Het is nog flink doorstappen, maar precies om 22:00 uur kom ik daar aan, maar wat blijkt, kamperen mag hier niet, ook niet in de schuilhut. Vervelend, het is al donker aan het worden, maar gelukkig zie ik dat er op slechts 2,6 km een andere hut is.

Dat stukje lopen wordt echter enorm afzien. In het donker zie ik slecht, ik raak de weg kwijt en het is een behoorlijk onherbergzaam gebied; omgevallen bomen, rotsen en soms ook drassig. Pas een uur en drie kwartier later ben ik op mijn bestemming. Het is inmiddels middernacht. Op de weg naar de schuilhut merk ik dat ik hardop tegen mezelf praat, zoals tegen een klein kind bij een moeilijke opdracht: “oké en nu een stapje vooruit, even stilstaan, kijk goed, draai om, trek de kar naar boven, een, twee, trek, ja goed zo en nu verder, rustig aan, kijk uit waar je loopt”. Dit helpt me om goed geconcentreerd te blijven, niet te struikelen en zonder kleerscheuren het eindpunt te bereiken.

De opluchting is groot wanneer ik veilig en wel aankom. Het duurt vervolgens wel een uur voordat mijn adrenalineniveau weer is gezakt, maar dan val ik ook heerlijk in slaap.