De grote goocheltruc en andere hobbels op weg naar Belgrado

#terugblik 7 september 2025

Na een heerlijke nacht slaap, word ik met een paar koppen koffie langzaam helemaal wakker aan de keukentafel van mijn hostel. Ik voel me een stuk beter.

De metro brengt me in een sneltreinvaart naar het busstation, waar de bus, die me naar Belgrado zal brengen, al snel aan komt rijden. Als de norse buschauffeur mijn wandelkar Wheelie ziet, mompelt hij chagrijnig “Die kar mag niet mee.” Ik zeg hem zo vrolijk mogelijk, want hem meer irriteren is niet handig, dat ik een goocheltruc heb. Behendig haal ik de hendels en de wielen van de kar en de body, ter grootte van een koffer blijft over. Hij knikt kort “Vooruit dan maar.” Eerste hobbel genomen!

Stoel 20a is voor mij, dat wil zeggen dat ik helemaal achterin de bus zit, de plek die vroeger voor de stoere jongens was tijdens de schoolreisjes. Eindelijk heb ik die dan ook eens veroverd. Voor me zit een Engelse reisleidster die haar volgelingen uitlegt wat ze allemaal kunnen verwachten. Ze heeft vreselijk flauwe humor, maar de dames vinden het erg grappig, ze lachen overdreven hard. Het doet zeer aan mijn oren.

Ruim 1,5 uur doen we erover om de grens van Hongarije naar Servië te passeren. Eerst wachten we in de bus tot we aan de beurt zijn. Daarna allemaal de bus uit en in de rij voor het loket van de Hongaarse douane. Dan allemaal de bus weer in. Met de bus rijden we 50 meter vooruit, waar we wachten voor de volgende slagboom. Als we aan de beurt zijn, allemaal de bus weer uit en nu voor het Servische loket in de rij. Er is maar één raampje open en met de niet al te ijverige douanier duurt het eindeloos. Dan allemaal de bus weer in en rijden maar. Hobbel nummer 2 overwonnen en ik heb de eerste stempel in mijn gloednieuwe paspoort!

In de bus probeer ik mijn sim-kaartje met dekking in Servië aan de praat te krijgen. Alle Balkanlanden zitten in mijn telefoonbundel, maar Servië niet. Ik krijg het niet voor elkaar, hoewel het volgens de gebruiksaanwijzing heel simpel zou moeten zijn. Ik besluit daarom maar om in Belgrado in een hostel te slapen, dit moet goed geregeld zijn en ik weet niet of dat snel zal lukken op een zondag. Dan maar iets later op pad. Uiteindelijk lukt het met een e-sim. Weer een hobbel, zeg maar een col, overwonnen. Een hele opluchting.

Belgrado is een contrast met Budapest. Het is er vies en de mensen doen kortaf. Deze dag gaat de geschiedenis in als een hobbelige dag…

Hazenslaapjes en Hongaarse vibes: De aanloop naar de Sultans Trail

#terugblik 6 september 2025

Wonder boven wonder ben ik best uitgerust na mijn hazenslaapjes op mijn zitplaats in de nachttrein. Voordat ik aankom in Wenen heb ik nog een aangenaam gesprek met mijn tafelgenoten. Ik zit nl. aan een zgn. ‘tafelplaats’ met twee andere reizigers tegenover me. De man is 30 jaar freelance bergwandelgids geweest en heeft o.a. hikes gemaakt in Canada, de Balkan, Mongolië en de Pyreneeën en mijn kwieke tafeldame is 82 jaar jong en vertelt o.a. over haar huttentochten van meer dan 50 (!) jaar geleden en hoe bijzonder dat toen nog was. Nog steeds loopt ze iedere dag 10 km, weer of geen weer. “Nou ja” zegt ze “ik jok een beetje, op zaterdag wandel ik niet, dan maak ik mijn huis schoon”. Het is haar vergeven!

Met 40 minuten vertraging kom ik aan in Wenen, waar ik nog een klein uurtje mijn benen kan strekken voordat de bus naar Budapest vertrekt. Na een voorspoedige reis en nog wat korte dutjes kom ik daar om half drie aan. Het is best warm, maar goed te doen. Ik neem de metro naar mijn hostel, check daar in en ga op pad om de stad te verkennen.

Aangenaam verrast ben ik. Wat een prachtige stad, wonderschoon aan de Donau gelegen met zijn vele bruggen. De stad is schoon, gezellig en er is veel te zien. De mensen zijn zeer vriendelijk, ik ervaar hier in Hongarije een beetje de ‘Spanje-vibe’, iets wat ik niet verwacht had en dan met dat verschil dat iedereen goed Engels spreekt. Ik voel me er eigenlijk wel thuis. Behoorlijk toeristisch is het wel natuurlijk, maar het is nou ook niet dat je over de hoofden loopt, net goed.

Na zo’n tien kilometer door de stad geslenterd te hebben, strijk ik neer op een terras van een restaurantje gespecialiseerd in de Hongaarse keuken. ‘Mijn keuken van vandaag’ laat ik verzorgen en daar krijg ik geen spijt van, ik eet een heerlijk kipgerecht en een uitbundig toetje. Het smaakt voortreffelijk. 3.000.000 calorieën, dat wel, maar dat loop ik er wel weer af de volgende weken.

Morgen met de bus naar Belgrado. Daar begint mijn hike, een gedeelte van de Sultans Trail, naar Sofia. Ik heb er erg veel zin in!