Wakker geblaft
De zee is oranje gekleurd als ik mijn ogen open. Het lijkt wel of ik erop geprogrammeerd ben. Met mijn slaperige hoofd bewonder ik het schouwspel en niet veel later val ik weer in slaap, totdat ik wakker word van een hond die blaft vlak naast mijn shelter. Zijn baasje verontschuldigt zich. Hij had me niet wakker willen maken.
Witte stranden!
Na koffie en nog een keer koffie – op één been kun je niet lopen – ga ik op pad. En dan ineens: daar zijn ze. De witte stranden. Wat prachtig! Dat had ik hier niet verwacht. De dag begint rustig, met een klein zonnetje en slechts een briesje. Maar naarmate de dag vordert, zwelt de wind aan. Windkracht vijf à zes. Ik tors ertegenin.
Kilometers lang over het harde zand
De golven beuken op het strand. De officiële route gaat vooral door het duingebied met mul zand, maar ik vind het veel mooier over het strand, dan zie ik de zee. Bovendien is het net vloed geweest en is het zand hard. Dat rijdt heerlijk met Wheelie. Kilometers lang lopen we over de vloedlijn en het fijne witte zand. Geen steen, geen schelp. Wheelie en ik laten een spoor achter dat snel weer wordt weggevaagd door wind en water. Vluchtig en tijdelijk, zoals het leven zelf.
Klapperende poncho
Het gaat steeds harder waaien. Het lijkt wel of de wind mijn hoofd zuivert van zorgen en er geluk in blaast. Een bijzondere gewaarwording. Tot het gaat regenen. Met de harde wind is dat bepaald niet aangenaam. Mijn poncho klappert keihard en ik buig helemaal voorover tegen de wind in. Ik voel me alleen, maar zeker niet eenzaam.
Een druppel in de oceaan
Tot ik een stelletje hand in hand zie lopen. Verliefdheid kent geen regen of tegenwind. Even denk ik: het zou toch mooi zijn om dat ook nog eens mee te maken. Maar als het niet zo is, is het ook goed. Wat een vrijheid geeft dat eigenlijk. Het niet meer op zoek zijn. Het niet meer nodig hebben. Niet meer bang zijn om alleen achter te blijven. Bovendien zou ik mijn leven van nu voor niemand willen opgeven. Iemand vinden die daarin past? Dat zou geen speld in een hooiberg zijn, maar een druppel in de oceaan.
Eten in een gesloten restaurant
Ondertussen heb ik flink honger gekregen. Ik ga brutaal bij een gesloten restaurant onder het afdak op het terras zitten. Ik vind er zelfs een stopcontact. Beter kan niet. Na het eten kan ik weer met goede moed verder. En dat is nodig ook. Het is maar goed dat je niet van tevoren weet wat je te wachten staat.
De laatste loodjes naar de shelter?
Wildkamperen mag hier niet, dus ik heb een shelter op het oog. Ik denk ruim de tijd te hebben, maar dat valt vies tegen. De wind is inmiddels wat gekalmeerd en het regent niet meer, maar het volgende stuk gaat over kiezels en stenen. Met Wheelie schiet ik niet op. Als ik nog maar 200 meter moet, een enorm hoge trap. Neeeee. Daar heb ik nou net geen zin in. Ik schep moed en trek mijn kar omhoog. Boven aangekomen: nóg zo’n trap. En tot overmaat van ramp: geen shelter.
Het Zweedse ‘Stonehenge’
Wat nu? Het begint donker te worden. Ik loop snel door en word totaal verrast door het ‘Stonehenge’ van Zweden. In het maanlicht is het magisch. Maar een slaapplek heb ik nog steeds niet. Een voorbijganger vertelt over een camperplaats aan de rand van het dorp. Ik besluit erheen te lopen, want ook hier zal ik niets gaan vinden. 1,7 kilometer terug, in het donker. Morgen kan ik dan terug om deze bijzondere plek bij daglicht te bekijken.
Ik zie geen hand voor ogen
Werkelijk in het pikkedonker zet ik mijn tent op. Alleen bij het toiletgebouw brandt licht, maar helemaal aan de andere kant van het terrein, waar tentjes mogen staan, geeft zelfs de maan geen licht. Of mijn tent goed staat? Geen idee. Dat zie ik morgen wel. Op hoop van zegen dan maar.
Overnachting: Kåseberg






Ontdek meer van FOOTSTEPS OF FREEDOM
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


Een druppel in de oceaan of een zandkorrel in het hooggebergte.🤣🤣🤣
Haha, ja. Dat kan ook.