Land nummer drie

Schrijversgeluk

Wat een weelde, wat een cadeau, mijn nacht in dat kleine witte huisje. In de vroege ochtend, wanneer ik vol inspiratie zit, kan ik zo van mijn matje aanschuiven aan de tafel. Dit is echt schrijversgeluk. Ik maak er ten volle gebruik van en uiteindelijk ga ik pas om een uur weg.

Storen mag!

Marit, de moeder van Adrian, komt ook nog even langs. We hebben een leuk gesprek. Gisteren had ik dat ook met zijn vader, die het gras kwam maaien. Wat een leuke en open mensen. Op z’n Noors wel steeds verontschuldigend: “Ik wil je niet storen hoor!” Maar dit is geen storen, dit is alleen maar leuk. Onderweg is het altijd fijn om met locals te praten. En helemaal met deze familie!

Nexans

Nu dan toch echt op naar Zweden. In de buurt van Isebakke wordt het landschap gedomineerd door twee enorme torens met het opschrift Nexans. Nieuwsgierig zoek ik op wat dat zijn. Het blijken hypermoderne extrusietorens te zijn voor de productie van onderzeese hoogspanningskabels. Ze zijn 120 en 155 meter hoog; die laatste is zelfs het hoogste gebouw op het Noorse vasteland. Best indrukwekkend.

Koffie in de regen

Op de buienradar zie ik een enorme bui aankomen. Snel door naar de supermarkt dan maar, daar wilde ik toch al heen. Ik heb geluk: net als de eerste dikke druppels vallen, ben ik binnen. En ik val opnieuw met mijn neus in de boter. Er staan tafeltjes én er is gratis koffie. Hoe krijg ik het toch weer voor elkaar? Daar installeer ik me voor de komende uren. De bui die volgens de radar snel voorbij zou zijn, blijkt eindeloos door te trekken.

Op de grens van Noorwegen en Zweden

Als de regen eindelijk lijkt op te houden, ga ik weer op pad. Het is inmiddels na vijven. Helaas… nog geen kwartier later krijg ik alsnog een enorme plensbui over me heen. De temperatuur zakt in één klap naar elf graden en de wind trekt flink aan. Erg onaangenaam. Zou dit de rest van de dag zo blijven?

Gelukkig niet. Even later breekt de lucht open, de zon komt terug en meteen voelt het weer aangenaam. Jas uit dus. Ik besluit een klein stukje om te lopen naar een uitkijkpunt dat ik op de kaart had gezien. Ik ‘verlies’ er een uur mee, maar wat een cadeau. Voor me ligt de rivier die Noorwegen en Zweden van elkaar scheidt. De natuurlijke grens. Straks steek ik de brug over naar land nummer drie: na Denemarken en Noorwegen is nu Zweden aan de beurt.

Gekkenhuis in de hypermarkten

Bij de grens is het opvallend rustig. De kantoortjes zijn gesloten en er is geen douanier te bekennen. Even verderop verandert dat totaal. Geen woonhuizen, maar de ene hypermarkt na de andere. Mensen lopen af en aan met overvolle winkelwagens. Ik vermoed vooral Noren, want boodschappen zijn in Zweden een stuk goedkoper.

Ook ik doe mijn inkopen. Eigenlijk zoek ik vooral brandspiritus of een gasflesje, maar vreemd genoeg is het nergens te vinden. In Noorwegen lag spiritus gewoon in verschillende supermarkten. Ik hoop dat ik morgen nog koffie kan zetten, want ik heb nog maar een heel klein beetje gas over.

Zoeken, zoeken, zoeken naar een kampeerplek

Dan op zoek naar een kampeerplek. Maar die is dus nergens te vinden. Alleen steile rotsen, dichte struiken en schuine bosgrond. Nergens een vlak stukje voor mijn tent. Uiteindelijk kom ik om kwart over elf aan bij een camping. Het is nog net niet helemaal donker. Dan maar een camping. Ik ben wel 28 euro lichter voor een eenpersoonstrekkersplekje  zonder stroom. Uit wraak neem ik de langste douche die ik me kan herinneren uit mijn volwassen leven. Daarna kruip ik rozig mijn tent in.

Overnachting: Askevik


Ontdek meer van FOOTSTEPS OF FREEDOM

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *