Apretados en el camping de Wassenaar y cómo mi tienda volvió a ser mi hogar

Tras el arduo camino por la arena suelta, monto mi tienda en el Camping Duinhorst, en Wassenaar. Aquí todo está en orden: parcelas cuidadas, bloques sanitarios impecables, gente amable en recepción. De verdad, el problema no es ese. Pero esto… esto simplemente no es mi forma de ser.

Lo noto enseguida. Mi cuerpo no se relaja. Busca espacio, silencio, el susurro de las hojas, el canto de los pájaros. La acampada libre ya forma parte de mi ADN. Y cuando no es posible, busco zonas de acampada natural, lugares que se acerquen a esa sensación. Aquí, eso es imposible.

Las caravanas y autocaravanas están pegadas unas a otras, apenas hay privacidad. Se siente como una colmena, incluso ahora en primavera. No quiero ni imaginar cómo será esto en verano, una feria de bullicio y ruido. Y luego la carretera de al lado, la N14, presente constantemente de fondo.

Por si fuera poco, planto mi tienda justo al lado de una farola. En las zonas de acampada natural ni siquiera existe algo así, por lo que simplemente no lo tuve en cuenta. Por suerte, encuentro mi antifaz dentro del saco de dormir.

Tras una sencilla cena de un solo plato y una ducha caliente, me meto pronto en la tienda. Siento las piernas pesadas y mi espalda protesta tras un invierno en el que apenas he caminado. Me quedo dormido enseguida.

Y entonces, en algún momento entre la noche y la mañana, sucede. Ha vuelto. Esa sensación. Mi tienda ya no es una tienda, sino mi hogar. Duermo hasta las ocho y media, algo impensable en casa.

Cuando me subo el antifaz, veo con sorpresa que brilla el sol.

Tumbado en mi saco, preparo café. Sin prisas, sin planes. Solo ese momento. El silencio en mi cabeza. El sol en mi cara. Los pájaros cantando. El viento sopla de tal forma que no se oye la carretera. De repente, todo encaja. Aquí, así, a mi manera, esto es por lo que camino. Me quedo tumbado horas. Porque puedo.

Más tarde camino por las dunas y la playa hacia Scheveningen. Viento de fuerza 5 en contra, pero se siente bien: el viento en mi pelo, la arena bajo mis pies, la inmensa playa ante mí. A lo lejos ya veo el muelle, con la noria que se va acercando, y en The Fat Mermaid espero a mi novio, un encuentro que me hace muchísima ilusión.

Diesel op de snelweg: koffievlekken en de oversteek naar Bulgarije

#terugblik: 22 september 2025

Na twee nachten fantastische nachtrust in mijn groene kamer in Dimitrovgrad ga ik weer monter op pad. Tenminste… dat denk ik. Mijn lichaam wil gewoon niet en de heuvels lijken de Mont Blanc wel. Wonderlijk hoe het lichaam werkt soms. Gelukkig gaat het na een paar uur over en loop ik weer heerlijk en hoe meer kilometers ik maak, hoe lekkerder het gaat. Ik ben ook echt een diesel, ik moet altijd eerst op gang komen, want uiteindelijk loop ik toch nog ruim 31 km.

Vrij spoedig ben ik al bij de Servisch/Bulgaarse grens. Er is geen speciale grensovergang voor voetgangers, dus je moet over de snelweg lopen langs de loketten waar ook de auto’s stoppen. Voordat ik de grens overga naar Bulgarije, neem ik nog snel een koffie, die ik net zo snel over me heen gooi. Naast dat het heet is, baal ik, want ik had net alles gewassen en ik wil de volgende dagen kamperen. Zo goed en zo kwaad als het gaat spoel ik de koffie uit mijn broek bij de toiletten.

Na de grens gaat de weg omhoog en omhoog en ja, nog steiler omhoog en voor het eerst in 18 dagen kom ik iemand tegen! Twee fietsers die onderweg zijn naar Sofia. We praten even en zij gaan door met de fiets aan de hand en ik met mijn kar. Het pad is te steil om te fietsen. Ik ga ze met rasse schreden voorbij. Dan zie je wel wie de ervaren hiker is. Pas uren later halen ze me weer in.

Het landschap is groen en afwisselend en ik geniet van de uitzichten. Het is weer een hete dag, maar het windje is ietwat koel en er is ook regelmatig schaduw, dus het is te doen. Als ik in het dorpje Dragoman aankom ben ik lichtelijk verbaasd. Het ziet er hier netjes uit, rechte stoepen en veel minder vervallen huizen en troep op straat.

Hierna verandert het landschap van groen naar bruin. Ik loop door de glooiende velden, waar niet lang geleden zonnebloemen, koren en mais stond en waar het gras nog groen was. Toch is het prachtig, het geeft mooi het einde van de zomer aan en de voorbereiding voor de herfst en winter.

Makkelijk is het niet, maar uiteindelijk vind ik een vlak plekje om te kamperen. De haringen zijn moeilijk de grond in te krijgen, maar met een steen gaat dat stukje bij beetje, mijn tent staat als een huis.