Biologiestudent
Mijn tent staat in een prachtig natuurreservaat. In tegenstelling tot veel andere plekken is het een 100% loofbos. De kleine blaadjes vormen een helder groen bladerdak. Het is prachtig om vanuit mijn tent te bekijken. Vijftig meter verderop staat het kleine blauwe tentje van een Nederlandse biologiestudent. Toen ik gisteren aankwam, zat hij op een stoeltje te lezen. Op mijn beste Zweeds zei ik: “Hej.” Hij zei: “Hej” terug. Ik zette mijn tent op, hij ging door met lezen.
Koken in de shelter
Omdat het nogal winderig was, liep ik een uur later naar de shelter om daar mijn warme maaltijd te bereiden. Daar zat biologiestudent al te koken. In het Engels zeg ik dat ik er even bij kom zitten vanwege de wind. In het Nederlands antwoordt hij: “Ja, datzelfde idee had ik.”
Niet weer een Nederlander
Ik vraag me af hoe hij weet dat ik Nederlands ben. We hebben nauwelijks een woord gewisseld. “Ik hoorde je app zeggen dat je je bestemming bereikt had,” zegt hij. Later moet ik hier om lachen en vraag ik hem: “Wat dacht je, oh nee, wéér een Nederlander?” Hij lacht, maar gaat er verder niet op in.
Geen overbodig woord
We hebben een gesprek, zoals ik gesprekken fijn vind. Geen koetjes en kalfjes. Geen eindeloos geouwehoer en uitweiden over van alles en nog wat, maar to the point en best meteen de diepte in. Daarna gaat ieder weer zijn eigen gang. Als je uitgepraat bent, ben je uitgepraat. Geen noodzaak om het gesprek gaande te houden.
Waarom vragen we altijd om de naam van iemand?
Hoe biologiestudent heet? Geen idee. En daar denk ik nog een tijdje over na. Waarom vragen we eigenlijk naar de naam van iemand, als je elkaar toch nooit meer ziet of spreekt? Ik vind het wel erg vermakelijk. En biologiestudent is genoeg. Als ik wegga, en dat is laat, ligt biologiestudent nog steeds in zijn tent. Hij zei al drie boeken gelezen te hebben in zijn nog niet zo lange vakantie en ik denk dat hij nu een heel eind is in het vierde. Maar ja, dat is een aanname. Ik weet natuurlijk niet wat hij daar allemaal doet in zijn kleine pop-uptentje.
De kerk van Agnetha en Björn
De route die volgt is afwisselend. Dat voedt me en doet me goed. In het piepkleine dorpje Verum, met 52 bewoners, staat een best grote kerk. Ik lees dat Agnetha en Björn van ABBA hier ooit getrouwd zijn. Dat moet toen een spektakel van jewelste geweest zijn, bijna niet voor te stellen in zo’n klein gehucht met amper wegen en waar zelfs geen drinkwater is bij de kerk.
Kampeerplekken zat de hele dag
Als wildkampeerder scan ik voortdurend mijn omgeving op een geschikte kampeerplek: vlak, met een goede ondergrond en waar de haringen de grond in kunnen. Vandaag ben ik relaxed. Ik zie overal plekken. Dat moet een eitje zijn. Maar te vroeg gejuicht. Van tevoren had ik drie plekken in gedachten. Een plek die op de kaart aangegeven staat als ‘mooie rustplek bij de rivier’, een andere bij een picknicktafel en anders wel ergens in het bos. Hier overal bos met grote open vlaktes. Dat moet geen probleem zijn, toch? Nou wel dus.
Waar is de kampeerplek als je hem nodig hebt?
De rustplek bij de rivier is totaal overgroeid, bij de picknicktafel ligt alleen gravel en het bos is ineens totaal veranderd. Overal heide en bosbessenstruiken. Gelukkig heb ik nog een optie: een shelter, 1,5 kilometer van mijn route af. Het begint alleen al donker te worden. Voor zover het kan ren ik met Wheelie richting de shelter. Ik kom langs twee slagbomen. Auto’s kunnen hier dus niet komen, maar voetgangers wel. Uiteindelijk stuit ik op een donker en dichtgegroeid bospad. Het is inmiddels donker en als mijn app zegt ‘bestemming bereikt’, zie ik alleen een hoopje stenen. Geen shelter te zien.
Ten einde raad
Ik ben ten einde raad. Op zo’n moment kan ik mezelf wel vervloeken dat ik altijd zo laat op pad ga en inmiddels wordt het best al snel donker. Ik worstel me weer terug over het niet meer bestaande bospad en probeer mijn tent op te zetten op een stukje grond dat daarvoor geschikt lijkt te zijn. Een beetje hobbelig gras, maar dat moet dan maar voor een keertje. Nou, niet dus. Ik krijg de haringen met geen mogelijkheid de grond in. Ik pak mijn tent weer in en loop verder.
Een verlaten huis wordt mijn redding
Dan zie ik een verlaten huis. Van steen nog wel. Dat zie je hier niet vaak. Alle ramen zijn dichtgetimmerd, maar het houten schot dat voor de deur stond, ligt op de grond. Ik kan het huis in. Zal ik hier dan maar gaan slapen? Sommige vertrekken liggen vol troep, maar andere kamers zien er best prima uit. Ik zie geen ongedierte en het ruikt er goed. Een beetje stoffig, maar geen gore dingen. De muren en de grond zijn ondergeklad met graffiti. Dat is eigenlijk alles.
Ik zie geen hand voor ogen
Ik leg mijn matje op een op de vloer getekend pentakel. Of dit de goden verzoeken is, weet ik niet, maar het is al laat en ik wil slapen. Het huis is aardedonker. Niet een beetje donker, maar écht donker. De ramen zijn dichtgetimmerd en buiten is het nacht. Ik doe mijn hoofdlamp uit en wacht tot mijn ogen aan het donker gewend zijn. Maar ze wennen nergens aan. Ik zie helemaal niets. Geen hand voor ogen.
Wat gebeurt er in de kelder?
Er is ook nog een trap naar de kelder. Ik ben nieuwsgierig wat daar te zien is, maar dat doe ik maar niet. Stel dat ik val of dat de houten trap verrot is, dan kan ik geen alarm slaan, want het internetbereik is heel slecht. Dat zal in de kelder vast nihil zijn.
Ik hoor iets
Ik lig net een beetje te ontspannen als ik iets hoor. De hele tijd was het doodstil. Wat is het? Toch iemand in de kelder? Nee. Gefladder. Ik luister. Het wordt heviger. Dan scheert er steeds iets vlak over mijn hoofd. Het doet me denken aan hoe zwaluwen vliegen: snel, behendig en elegant, maar ook razendsnel, allemaal bochtjes makend. Ik doe mijn hoofdlamp aan en zie grote schaduwen over de muren schieten. Vleermuizen. Tenminste, dat denk ik.
Vleermuizen en satanisme
En dan blijkt ineens hoeveel invloed je hebt van alles wat je ooit in horrorfilms hebt gezien. Enge kelders. Seriemoordenaars in het bos. Vleermuizen met scherpe tanden. Vleermuizen die in je haar vliegen. Vleermuizen die… wat eigenlijk? En dan ook nog in een verlaten huis met een satanismesymbool.
Geen internetbereik meer
Ik duik met mijn hoofd diep weg in mijn slaapzak en wil opzoeken op internet wat vleermuizen zouden kunnen doen, maar ik heb geen bereik meer… Dat had ik een paar minuten geleden nog wel. Daar lig ik dan. In een verlaten huis, midden in de nacht, op een pentakel, met vleermuizen boven mijn hoofd en zonder internet.
De angst de baas
Ik spreek mezelf stevig toe. Stel je niet aan! Dit is geen film! Laat je niet bang maken! Hoe groot is de kans dat er iets gebeurt? Ik besluit dat ik het antwoord ook morgen kan opzoeken.
Overnachting: Bodarp






Ontdek meer van FOOTSTEPS OF FREEDOM
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


En dit was dan de laatste blog van Marnix van der Lijn. Hij heeft zijn leven geleven zoals hij dat wilde. Opdat we niet vergeten.
🤣
Amen!
Mooi wat je schrijft over een gesprek.
Maar de rest is echt horror 😱
Benieuwd naar het vervolg.
Haha, we maken er meer horror van dan wat het in werkelijkheid is… veel irreële angsten. Wordt inderdaad vervolgd.
Marnix kijk maar uit met die vleermuizen, kunnen je ziek maken, ook de uitwerpselen!!
Nou precies, dat wilde ik opzoeken. Wat ze evt zouden kunnen doen of veroorzaken. Maar goed, ik ben niet direct met ze in contact geweest. Dus het zal wel loslopen hoop ik. Risico van het vak.