#terugblik 15 mei 2024
Ik word vroeg wakker, maar wat lig ik heerlijk in mijn kasteel te snoozen. Het zonnetje op mijn tent, de temperatuur stijgt snel en mijn was al weer droog. Als ik opsta om te plassen, zie ik een hertje lopen.
Tegen de middag vertrek ik pas. Ik vraag me af waarom ik me nou zo druk maak over dat langzame opstarten van mij. Ineens is daar de shift! Ik heb blijkbaar gewoon geen 9 tot 5-mentaliteit, maar een van 12 tot 9! Uiteindelijk precies hetzelfde en wat maakt het hier uit, tot 23 uur is het toch niet donker. Ik lach om mezelf. Dombo. Op de een of andere manier helpt dit wel. Bij deze, een 12 tot 9-mentaliteit dus.
Lopend op een landweggetje zie ik in de verte een man tegemoet fietsen. Op zich is het al zeldzaam dat ik een fietser tegenkom, maar ik zie ook dat hij hele grote borsten heeft die gezellig op en neer wiebelen. Hij draagt alleen een korte broek met gympen en sokken. Hij remt vlak voor me en zegt: “Jou heb ik gisteren ook al gezien, heb je dat hele stuk gelopen?” Het is een aardige man, behoorlijk op leeftijd, maar zo te zien nog kwiek en nieuwsgierig. Hij vraagt me honderduit en vertelt waar ik vooral naar toe moet gaan. Dan gaat zijn telefoon en zegt hij “Oei, mijn vrouw, ik moet snel gaan, anders krijg ik problemen!” En weg is hij, ik grinnik en vervolg mijn weg.
Mijn gedachten blijven me plagen. Ik zit niet in het nu, maar in de toekomst. Hoe krijg ik straks nieuwe schoenen? Helaas bevallen mijn schoenen me niet, ze blijken toch wat te klein. Ik wil nl. perse barefoot schoenen en die zijn in bijna geen winkel te krijgen. Urgent is het niet, want ik heb extra schoenen, maar toch. En zal het wel te doen zijn met de kar in Noorwegen? Daar waar veel meer bergen zijn? Zal ik, om gewicht te besparen, mijn laptop opsturen en alleen een toetsenbordje aanschaffen? Ik vind het gek, want eigenlijk past dit niet meer zo bij me, in ieder geval niet de laatste jaren, maar ik blijf maar malen en piekeren. Aan de andere kant vind ik het interessant om dit te aanschouwen bij mezelf.
Bij een meertje zie ik een enorme picknicktafel, er liggen een fleece en een doosje op de tafel, maar ik ben van plan om maar kort te blijven en ik dacht ik kan er makkelijk bij. Er passen zeker 12 personen. Er komt een zwaarlijvige puffende man aanstormen die iets verderop stond met zijn hengel. Zijn buik hangt over zijn zwembroek en hij lijkt door zijn dunne beentjes te zakken. In het Zweeds begint hij te schreeuwen. Ik vertel hem dat ik hem niet versta, maar blijkbaar spreekt hij geen Engels en hij gaat maar door. Ik probeer te zeggen dat ik over tien minuutjes weg ben, maar dat deert hem niet. Ik vang iets op van “min fru” en ik begrijp dat die ook ergens moet zijn. Het is goed, ik ga wel weg. Ik krijg een associatie met van die toeristen die hun handdoeken neerleggen bij het zwembad ‘s ochtends vroeg om maar een plekje te bemachtigen. Ze mogen de tafel van me hebben. Lang blijf ik daar overigens niet, want ik heb nu kennis gemaakt met de Zweedse Tokkie’s. Ook in Zweden bestaan die dus. Even later wordt de schuddebuik nl. vergezeld door nog twee dames, waarvan er eentje echt op Ma Flodder lijkt, alleen de sigaar ontbreekt. Ze schreeuwen, ze bellen de hele tijd keihard en smijten hun papiertjes op de grond, iets wat ik hier nog niet eerder gezien heb. Ik zet snel koffie en eet een broodje en vervolg mijn weg de stilte in.
Dit voorval wordt snel weer goed gemaakt door een bezoek aan een prachtig heel oud kerkje, de Dörarp Kyrka, waarvan de deur dit keer eens niet op slot zit. De oudste muren komen nog uit de middeleeuwen. Het is heerlijk koel binnen en ik ga even in de kerkbanken zitten om uit te rusten en de serene omgeving in me op te nemen. Ik denk aan mijn kinderen, wat een mooie mensen het geworden zijn en hoe stevig ze in de wereld staan. Ik voel me blij en dankbaar.
Clifford Lee Burton, ik weet niet wie het is, maar er ligt een gedenkteken voor hem langs de weg. Ik lees dat hij een van wereld’s beste heavy metal bassisten was en onderdeel van de wereldberoemde band Metallica. In 1986 reden ze op deze weg na een concert op weg naar Kopenhagen, waar de bus verongelukte waarin ze zaten. Clifford werd uit de bus geslingerd en overleed. Fans van over de hele wereld schijnen hier nog naar toe te komen. Wel een indrukwekkend eerbetoon en gek zoiets op zo’n landweggetje tegen te komen in een omgeving waar niets lijkt te gebeuren.
Ik ga op zoek naar een slaapplek. Ik raadpleeg de Komoot-app en zie niet ver van de route af een strandje. Dat lijkt me wel wat, de weg ernaartoe is wat lastig en ik hoop maar dat ik niet om hoef te keren. En inderdaad, wat een weelde, wat een plek! Ik waan me Robinson Crusoe op zijn verlaten eiland, al ligt er in het begin nog even een bootje, maar dat vaart snel weg met het gezinnetje aan boord. Ik ga met mijn voeten in het water, maar zwemmen vind ik nog te koud. Ik ben nu weer helemaal alleen en mensen, wat een rijkdom. Een prachtig strand, mijn tentje op het mos, alleen maar natuurgeluiden en een prachtige zonsondergang. Meer woorden overbodig.